Voel je een trilling die bij een bepaald toerental opkomt en er daarboven weer uit gaat? Of lekt je pakkingbus steeds een beetje meer? Dan is de uitlijning van je schroefas een van de eerste dingen om na te lopen. Alleen komt lang niet elke trilling of lekkage door de uitlijning. Een ingezakte motorsteun, een versleten binnenlager of een kromme as geven dezelfde klachten.
In deze blog lees je welke klachten wel op een uitlijnprobleem wijzen, hoe je zelf de flensverbinding en de motoropstelling controleert, en wanneer je beter stopt en het laat meten. Zo bestel je onderdelen die je echt nodig hebt.
Inhoudsopgave
Wanneer is schroefas uitlijnen nodig, en wanneer niet?
Een schroefas die uit lijn staat, geeft bijna altijd signalen voordat er iets stukgaat. Het probleem is dat die signalen lijken op een handvol andere storingen in je aandrijflijn. Loop daarom eerst de klachten na voordat je de motorsteunen aanraakt.
Klachten die op een uitlijnprobleem wijzen
Een uitlijnprobleem meldt zich meestal zo:
- Trilling bij een specifiek toerental. De trilling komt op rond bijvoorbeeld 1400 toeren en verdwijnt eronder en erboven weer. Dat is typisch voor een aandrijflijn die uit lijn staat.
- Een binnenlager of pakkingbus die warm wordt. Voel na een uur varen aan de koker. Handwarm is normaal, te heet om vast te houden niet.
- Lekkage die toeneemt tijdens het varen. Druppelt het in stilstand nauwelijks, maar staat er na een uur varen water in de bilge? Dan beweegt de as in bedrijf anders dan in rust.
- Onregelmatige slijtage. Kijk naar het rubber van de flexibele koppeling en de motorsteunen. Slijt een kant zichtbaar sneller dan de andere, dan trekt er iets scheef.
- Resonantie in het achterschip. Een bromtoon of natrillen in de vloer die er vorig seizoen nog niet was.
Wat erop lijkt maar iets anders is
Deze oorzaken geven vergelijkbare klachten en vragen een andere oplossing:
- Ingezakte motorsteunen. Rubber veroudert en zakt in. De motor zakt mee en dan staat de uitlijning niet meer goed, ook al heb je hem drie jaar geleden netjes afgesteld. Nieuwe motorsteunen lossen de oorzaak op, opnieuw afstellen alleen niet.
- Een kromme schroefas. Na grondcontact of een stuk drijfhout kan de as verbogen zijn. Herkenbaar doordat de afwijking meedraait met de as als je hem rondt.
- Een versleten binnenlager. Speling in het schroefas lager laat de as rollen in de koker. Dat voelt als trilling, maar de motor staat gewoon recht.
- Een schroef uit balans. Een deuk, braam of verbogen blad geeft trilling die met de snelheid meeloopt, niet met een vast toerental.
- Rommel rond de as. Een landvastlijn of visdraad rond de as veroorzaakt trilling en kan de afdichting beschadigen. Een touwsnijder voorkomt dat. Check dit altijd eerst, het kost je vijf minuten.
- Speling in de keerkoppeling. Zit de speling voor de flens in plaats van erachter, dan ligt het probleem in de koppeling en niet in de uitlijning.
Hoeveel speling mag een schroefas hebben?
Deze vraag komt vaak terug, maar er is geen getal dat overal geldt. Speling betekent op drie plekken iets anders:
- In het lager: de as kan zijwaarts bewegen in de koker. Hier hoort de speling minimaal te zijn, afhankelijk van het type lager en de asdiameter.
- In de flensverbinding: de flenzen staan niet vlak tegen elkaar. Dit is de speling die je bij het uitlijnen meet.
- Axiaal: de as kan in de lengterichting bewegen. Een klein beetje is normaal, centimeters niet.
Praktisch herken je te veel speling zo: je voelt een tik als je de as met de hand heen en weer beweegt, je ziet de as zichtbaar slingeren tijdens het draaien, of de lekkage neemt toe precies op het moment dat de trilling opkomt. Twijfel je, of gaat het om een zware as? Laat het dan meten in plaats van schatten. Verkeerd afstellen op gevoel kost je een keerkoppeling.

Wat er kapot gaat als de uitlijning niet klopt
Een scheve aandrijflijn staat continu onder spanning. Die spanning moet ergens heen, en dat is precies waar de schade ontstaat.
De rekening komt meestal in deze volgorde. Eerst gaan de lagers van de keerkoppeling eraan, omdat de uitgaande as zijwaarts wordt belast terwijl hij daar niet voor bedoeld is. Daarna slijt de krukas van de motor, want ook die krijgt een zijwaartse kracht te verwerken.
Vervolgens rekken de boutverbindingen tussen de flenzen op door de wisselende belasting. En de flexibele koppeling of de rubbers van de motorsteunen halen hun levensduur niet, soms nog niet de helft.
Ondertussen versterken die effecten elkaar. Hoe meer de lagers slijten, hoe verder de uitlijning wegloopt, en hoe harder de rest te lijden krijgt.
Een flexibele koppeling corrigeert geen scheve uitlijning
Het misverstand dat het vaakst geld kost, gaat over de flexibele koppeling. Een flexibele koppeling vangt tijdelijke uitlijnfouten en motorbewegingen op, maar corrigeert geen permanente uitlijnfout in de aandrijflijn.
De koppeling is bedoeld voor trillingen, het schokje bij inschakelen en de beweging van een motor die op rubbers staat. Vervang je alleen de trillingsdempers of de koppeling omdat het rubber versleten is, dan is de trilling twee weken weg en komt hij daarna terug. De basisuitlijning moet kloppen, ook met flexibele koppeling.
De uitzondering is een systeem met een homokinetische aandrijfas, zoals Python Drive. Daarbij vangt de constructie de hoekverschillen op en wordt de stuwdruk apart opgenomen, waardoor exacte uitlijning met de motor niet meer nodig is. Heb je een gewone starre flensverbinding, dan geldt dat verhaal niet voor jou.
Hoe vaak controleren?
Een keer goed uitgelijnd betekent niet klaar voor de rest van het bootleven. Rubber veroudert, lagers slijten en de motor zakt langzaam. Houd daarom deze frequentie aan:
- Jaarlijks: de uitlijning tussen motor en schroefas controleren, plus de staat van de flexibele koppeling en de motorsteunen.
- Elke twee jaar: de motorsteunen laten nastellen als je motor flexibel is opgesteld.
- Altijd: na grondcontact, na een tros in de schroef en na hermotorisering.
Ga je hermotoriseren? Laat dan eerst met het achterschip droog de schroefasspeling opmeten en leg die waarden vast. Sla je die stap over, dan blijkt achteraf vaak dat de hele installatie opnieuw gesteld moet worden.
Zelf een uitlijncontrole doen: zo check je flens en motoropstelling
Een uitlijncontrole is werk dat je met wat geduld prima zelf doet. Je meet niet of de motor recht staat, je meet of de flens van de keerkoppeling precies parallel staat aan de flens van de schroefas.
De schroefas is het nulpunt van de hele uitlijning. Je werkt vanaf het achterste schroefaslager naar voren richting de motor, en je stelt de motor af op de as. Nooit andersom, want de as ligt vast in de koker terwijl de motor op verstelbare steunen staat.
Veilig beginnen
Zorg dat de boot stabiel ligt, zet de motor uit en haal de sleutel eruit. Maak de ruimte rond de flens vrij en leg je gereedschap klaar: een set voelermaten, steek en ringsleutels, een stift of viltstift, en een meetklok als je die hebt.
Maak een foto voordat je iets losdraait en markeer de stand van de flenzen ten opzichte van elkaar. Dat scheelt zoeken bij het terugmonteren.
De flenzen meten
Werk in deze volgorde:
- Beoordeel eerst visueel. Maak de flensverbinding schoon. Zie je roest, opgerekte bouten of een vervormde flens, dan weet je al genoeg.
- Draai de bouten los en trek de flenzen een paar millimeter uit elkaar. Duw ze daarna weer tegen elkaar zonder de bouten aan te zetten.
- Meet de spleet rondom. Meet met een voelermaat op vier punten: boven, onder, links en rechts. Noteer elke waarde.
- Draai de as een kwartslag en meet opnieuw op dezelfde vier punten. Herhaal dat tot je rond bent.
Twee metingen zijn dus belangrijk: de spleet op de vier posities, en of die waarden veranderen als je de as draait.
Wat de meetwaardes je vertellen
Bij uitlijnen bestaan twee soorten afwijking. Bij een parallelle afwijking, ook wel offset, lopen de assen wel evenwijdig maar liggen ze niet op dezelfde hoogte of zijlijn. Bij een hoekafwijking staan de assen onder een hoek ten opzichte van elkaar. Een spleet die overal even breed is terwijl de flenzen niet mooi op elkaar aansluiten wijst op offset, een spleet die aan een kant wijder is wijst op hoekafwijking.
Vertaald naar je meetwaardes:
- Verschil tussen boven en onder: de motor staat te hoog of te laag. Een hoogteverschil corrigeer je met de motorsteunen.
- Verschil tussen links en rechts: de motor staat zijwaarts uit het midden. Ook een correctie via de motorsteunen, maar dan horizontaal.
- Waarden die meedraaien met de as: het probleem zit niet in de motoropstelling. Dan is de as krom of staat de flens scheef op de as gemonteerd. Verder afstellen heeft dan geen zin.
- Overal dezelfde spleet: de flenzen staan parallel. Parallel staande flenzen zijn precies wat je wilt zien.
De toegestane afwijking hangt af van je motor en je installatie, en staat in de handleiding van de motorfabrikant. Kun je die niet vinden? Bel dan even, dan zoeken we het samen uit. Afstellen op gevoel is hier de duurste route.
Motorsteunen bijstellen
Klopt de meting niet, dan corrigeer je via de vier motorsteunen. Werk daarbij zo:
- Draai in kleine stappen, een halve slag per keer. Een hele slag verplaatst de motor vaak al meer dan de afwijking die je wilde wegwerken.
- Werk diagonaal. Verstel je twee steunen aan dezelfde kant achter elkaar, dan kantelt de motor en klopt je vorige meting niet meer.
- Meet na elke ronde opnieuw op alle vier de punten. Zonder tussenmeting weet je niet of je correctie het probleem kleiner of groter heeft gemaakt.
- Houd de motor waterpas. Trek hem niet scheef om een meetwaarde kloppend te krijgen, want dan verplaats je de spanning naar een ander punt in de aandrijflijn.
Reken op meerdere rondes. Elke correctie verandert de andere drie punten mee.
Wanneer je stopt en het laat doen
Er zijn situaties waarin zelf doorstellen alleen maar schade oplevert. Stop en schakel hulp in als:
- de flens duidelijk zichtbaar scheef staat. Een afwijking die je met het blote oog ziet, is te groot om met de motorsteunen op te lossen.
- de as centimeters beweegt in de koker. Zoveel speling wijst op een versleten lager, en op een bewegende as kun je niet uitlijnen.
- de motorsteunen kapot of doorgezakt zijn. Je stelt dan af op een bewegend doel, dus vervang de steunen eerst.
- de afwijking meedraait met de as. Een kromme as of een scheef gemonteerde flens los je niet op met de motoropstelling.
- de trilling terugkomt nadat je netjes hebt afgesteld. Terugkerende trilling na een correcte meting wijst op een oorzaak verderop in de aandrijflijn.
In die gevallen is er iets anders aan de hand dan uitlijning alleen.

Lekkage, ingesleten as en afdichting: wat is de echte oorzaak?
Lekkage bij de pakkingbus is vaak de klacht waarmee het begint. Alleen wijst lekkage niet automatisch op een versleten afdichting. Uitlijning, lagering en afdichting hangen aan elkaar, en als je de verkeerde vervangt sta je er volgend seizoen weer.
Wat moet ik doen als mijn schroefasafdichting lekt?
Bepaal eerst wanneer het lekt. Het moment van lekken vertelt je bijna alles:
- Alleen in stilstand, gestaag druppelend: meestal de afdichting zelf. Bij een pakkingbus of watergesmeerd gland kun je vaak een klein beetje bijstellen. Draai gelijkmatig aan, zodat de bus in lijn blijft met de as, en niet verder dan het punt waarop je de as nog met de hand kunt ronddraaien.
- Vooral tijdens en na het varen: de as beweegt in bedrijf anders dan in rust. Dat wijst richting uitlijning of een versleten binnenlager.
- Lekkage die samenvalt met de trilling: vrijwel altijd uitlijning of lagering, niet de afdichting.
Let daarnaast op deze signalen: zwarte rubberdeeltjes rond de koker, zoutsporen, een pakkingbus die warm wordt, of water in de bilge dat pas na een uur varen verschijnt.
Zit er een zichtbare groef in de as op de plek waar de pakking loopt, dan is de as ingesleten. Een nieuwe afdichting sluit dan niet meer af, want hij loopt in dezelfde groef. In dat geval vervang je de schroefas, of laat je hem opnieuw opbouwen.
Belangrijk om te onthouden: een nieuwe afdichting op een scheve installatie slijt op precies dezelfde plek weer in. Los eerst de oorzaak op, dan pas het symptoom.
Wat is de beste schroefas afdichting?
Er is geen systeem dat altijd wint. De keuze hangt af van je vaargebied, je onderhoudsroutine en de conditie van de as. De drie hoofdsmaken:
- Pakkingbus met vetsmering. Simpel, goedkoop en makkelijk zelf bij te stellen. Je moet wel regelmatig doorsmeren, en het vet komt uiteindelijk in het water terecht.
- Watergesmeerd systeem. Milieuvriendelijk en onderhoudsarm, met water als smeermiddel. Vaar je veel in ondiep en zandig water, dan kunnen zandkorrels op termijn slijtage geven.
- Mechanische seal. Droog en onderhoudsarm, maar minder vergevingsgezind voor uitlijnfouten. Werkt goed op een installatie die netjes staat, minder goed op een die dat niet doet.
Kijk voordat je gaat vergelijken eerst wat er nu op zit. Zit er bijvoorbeeld een Volvo Penta seal op je as, zoek dan gericht op dat type in combinatie met je asdiameter en kokermaat. Dat scheelt je een hoop zoekwerk in een brede categorie. Bekijk het aanbod schroefas afdichtingen in de webshop.
Vaar je in zout water, houd dan ook je anodes in de gaten. Corrosie rond de as en de koker versnelt slijtage van de afdichting.
Veelgestelde vragen
Moet de boot in het water liggen tijdens het uitlijnen?
Uitlijnen doe je met de boot in het water, want een romp verandert van vorm zodra hij op de kant staat. Dat geldt zeker bij stalen en polyester schepen. Op de wal kun je prima grof afstellen, maar de eindcontrole en de correctie doe je te water. Laat de boot na het te water gaan een paar dagen liggen voordat je de eindmeting doet.
Kan ik uitlijnen zonder meetklok?
Ja. Met een set voelermaten kom je een heel eind, zolang je op vier punten meet en de as tussendoor draait. Een meetklok is nauwkeuriger en werkt prettiger bij grotere assen. Voor precisiewerk aan grote installaties is een laseruitlijnsysteem de nauwkeurigste methode, omdat die offset en hoekafwijking in een meting bepaalt.
Hoe vaak moet ik de uitlijning laten controleren?
Een keer per jaar bij een normaal gebruikte installatie. Staat je motor flexibel opgesteld, laat de motorsteunen dan minimaal elke twee jaar nastellen. Controleer altijd extra na grondcontact, na een tros in de schroef en na een motorwissel.
De juiste onderdelen voor je schroefas systeem
Schroefas uitlijnen begint met de diagnose en niet met de onderdelenlijst: meet eerst of de flenzen parallel staan, want een nieuwe afdichting of koppeling lost een scheve aandrijflijn niet op.
Bij een uitlijnklus komen daarna bijna altijd dezelfde onderdelen langs: motorsteunen, een schroefas koppeling of flexibele koppeling, een nieuwe afdichting, een binnenlager en soms een klemflens. Is de as ingesleten of krom, dan wordt het een complete schroefas set.
Weet je wat je nodig hebt? Dan bestel je het direct in de webshop, met twee jaar garantie op alle nieuwe artikelen.
Twijfel je over de diagnose, of kloppen je meetwaardes niet met wat je verwacht? Bel of app ons even. Het helpt als je deze gegevens bij de hand hebt:
- Merk en type van je motor en keerkoppeling. Daarmee zoeken we de juiste toleranties en de passende onderdelen op.
- De diameter van je schroefas en de maat van de koker. Die twee maten bepalen welke afdichting en welk lager passen.
- Het type afdichting dat er nu op zit. Een pakkingbus vraagt om een andere aanpak dan een mechanische seal.
- Een paar foto’s van de flensverbinding en de pakkingbus. Op een foto zien we vaak in een oogopslag of de as ingesleten is.
- Je meetwaardes op de vier punten, als je die al hebt. Met die getallen kunnen we meteen zeggen of het om offset of hoekafwijking gaat.
Met die informatie kunnen we in een keer zeggen of je een onderdeel nodig hebt of dat er iets gemeten moet worden.
