Geplaatst op — Geef een reactie

Walstroom aansluiten op je boot: dit heb je nodig en zo doe je het

Je ligt aan de wal, bij de steiger of op de kade, de motor staat uit, maar de koelkast, acculader en verlichting aan boord vragen gewoon om stroom. Walstroom lost dat op: je sluit je boot aan op het elektriciteitsnet van de haven en gebruikt 230V elektriciteit en stroom zonder je accu’s leeg te trekken, en zonder extra uitstoot van een draaiende motor of generator, en dus ook zonder extra uitstoot tijdens het opladen. In deze blog lees je alles over een walstroom aansluiting op je boot: welke onderdelen je nodig hebt voor een veilige walstroom aansluiting, hoe je walstroom stap voor stap veilig aansluit en kunt gebruiken, welke fouten je beter kunt vermijden, en waar je op moet letten om galvanische corrosie en kortsluiting te voorkomen.

Wat is walstroom en waarom gebruik je het?

Waarom walstroom voor veel booteigenaren een slimme stroomoplossing is, zit hem in het gemak: walstroom is elektriciteit, namelijk 230V wisselstroom, die via de havenpaal of steiger naar je boot of schip loopt, in plaats van stroom uit je eigen accu’s te halen. Waarom walstroom dan niet overal hetzelfde aanvoelt, komt doordat elke haven een eigen aansluitpunt en eigen stroomvoorziening heeft. In het kort:

  • 16A-aansluiting. Een gemiddelde Nederlandse jachthaven levert 16A, wat neerkomt op 3,7kW maximale vermogen en capaciteit.
  • 32A-aansluiting. Grotere jachthavens bieden soms ook 32A (7,4kW) voor boten met een hoger stroomverbruik.
  • Voordeel voor je accu’s. Je kunt de motor, dynamo en generator uitzetten zodra je aangemeerd ligt, en toch je koelkast, acculader en verlichting blijven gebruiken; je dynamo hoeft dan niet extra te draaien om je accu’s bij te laden.
  • Typisch stroomverbruik. Een koelkast (circa 100W), een acculader (500 tot 700W) en verlichting samen blijven ruim onder de 3,7kW van een 16A-aansluiting.

Zonder walstroom moet je die apparaten laten draaien op je scheepsaccu’s, die dan sneller leegraken.

Welke stekker en aansluiting gebruik je in de haven?

De meeste Nederlandse havens gebruiken een blauwe CEE-stekker voor de walstroom aansluiting van 16A. Dit is de industriële stekker volgens de CEE-norm (IEC 60309). De kleur vertelt je de spanning: blauw is 230V, rood is 400V krachtstroom. De stroomsterkte zie je aan de maat, want een 32A-stekker is groter dan een 16A-stekker en past er niet in. De blauwe walstroomstekker heeft drie pennen: fase, nul en aarde. Heeft jouw haven ook een 32A-optie, vraag dan bij de havenmeester na welke cee stekkers en welk walstroom stopcontact daarbij hoort, want dit verschilt per haven. Sommige havens werken met een vast aansluitschema per vak, waarbij het type stopcontact al vaststaat voordat je aanmeert; op zo’n aansluitschema zie je precies welke walstroom stekker bij welk vak hoort en welke cee stekkers daar aanwezig zijn.

Walstroom versus je scheepsaccu’s

Zonder walstroom put je apparaten aan boord energie uit je scheepsaccu’s, die je vervolgens weer moet accu opladen via de motor, een generator of zonnepanelen. Walstroom gebruiken voorkomt die cyclus zolang je aangemeerd ligt, waardoor je accu’s minder belast worden, sneller opladen en langer meegaan. Zo blijft de verbinding tussen wal en boot de belangrijkste bron van stroom, in plaats van je eigen accucapaciteit.

Wat heb je nodig om walstroom aan te sluiten?

Voor een complete en veilige installatie heb je vijf onderdelen nodig, die je alleen samen een werkend systeem laten vormen voor een goed werkende walstroom installatie. Hieronder lees je per onderdeel waar je op moet letten.

Walstroomkabel

Deze kabel verbindt de havenpaal met de aansluiting op je boot. Kies een kabel die specifiek voor walstroom is gemaakt, bij voorkeur met een neopreen buitenmantel: die is bestand tegen buitenweer en vochtige omstandigheden, in tegenstelling tot een gewone verlengkabel. Een kabel met neopreen buitenmantel blijft ook bij kou soepel, terwijl een pvc-kabel dan sneller stijf en breekbaar wordt. Let bij aanschaf op de kerndikte (minimaal 2,5mm² bij 16A) en op een lengte die past bij de afstand tot de havenpaal; walstroomkabels zijn verkrijgbaar in verschillende lengtes.

CEE-inlet (walaansluiting)

Dit is het walstroom stopcontact aan boord waar je de walstroomkabel op aansluit. De inlet monteer je vast op de romp of in de kuip van je boot; monteren kun je zelf doen of laten doen door een installateur. In ons assortiment vind je bijvoorbeeld een CEE inbouw walaansluiting van 16A met draaiklep. De klep sluit het aansluitpunt af tegen regen en spatwater zolang er geen kabel in zit. Inlets zijn er als inbouw- en opbouwmodel, in kunststof en rvs. Let op bij merksystemen zoals Ratio en Marinco: hun aangegoten stekkers passen alleen op een inlet van hetzelfde merk.

Zorg dat elk stopcontact aan boord dat je via walstroom voedt, is aangesloten achter de aardlekschakelaar.

Acculader

Een acculader zoals uit ons Victron Accu Laders-assortiment zet de walstroom om naar de juiste spanning om je scheepsaccu’s op te laden, terwijl je tegelijk 230V-apparatuur aan boord kunt gebruiken. Een acculader heeft geen omvormer nodig. Een omvormer is een aparte keuze: die heb je alleen als je onderweg, zonder walstroom, 230V-apparaten op je accu’s wilt laten draaien. Wil je allebei, dan is een lader en omvormer in één apparaat praktisch. De Victron Blue Smart-laders zijn via Bluetooth uit te lezen met de VictronConnect-app, zodat je op je telefoon ziet hoe je accu’s ervoor staan. Hoe lader, omvormer en accu’s samen worden aangesloten, lees je in onze blog over boot elektra aansluiten.

Aardlekschakelaar

Deze schakelaar detecteert lekstroom en onderbreekt de stroomtoevoer zodra er een storing optreedt. Aan boord kies je een aardlekschakelaar van 30 mA die dubbelpolig schakelt, dus zowel de fase als de nul onderbreekt. Walstroom is gewoon 230V, net als thuis. Het verschil is de omgeving: vocht, een romp die stroom kan geleiden en water rondom maken een lekstroom sneller gevaarlijk. De aardlekschakelaar schakelt uit zodra de lekstroom een vastgestelde waarde overschrijdt, waardoor de installatie spanningsloos wordt en de verbinding met het elektriciteitsnet van de haven direct wordt verbroken. Kies een aardlekschakelaar die qua stroomsterkte past bij je havenaansluiting (16A of 32A) en test deze bij elke aansluiting opnieuw. Ook de walstroomkast op de steiger hoort een eigen aardlekschakelaar te hebben, maar vertrouw daar niet op alleen.

Naast de aardlekschakelaar zet je meestal ook een of meerdere zekeringen in, elk met een eigen rol:

  • Hoofdzekering aan boord. Kies een lagere waarde dan de hoofdzekering van de haven: deze zekering onderbreekt de stroomkring bij overbelasting of kortsluiting, voordat dit tot schade aan je installatie leidt.
  • Zekering bij de acculader. Een tweede zekering dicht bij de acculader beschermt dat onderdeel nog eens extra tegen overbelasting.
  • Zekering bij het stopcontact. Een derde zekering bij het walstroom stopcontact voorkomt dat een lokale stroomkring overbelast raakt.

De juiste waarde van elke zekering staat meestal vermeld op de verpakking of in de handleiding.

Scheidingstransformator (optioneel, maar aan te raden)

Dit onderdeel isoleert het elektrisch systeem van je boot van de walstroombron, wat galvanische corrosie tussen boten in de haven voorkomt. Een lichter alternatief is een galvanische isolator, die kleine lekspanningen blokkeert zonder de volledige elektrische isolatie van een scheidingstransformator te bieden. Een scheidingstransformator of galvanische isolator is vooral relevant als je regelmatig in dezelfde haven ligt tussen andere boten met walstroom.

Voor de walstroomkabel, kabelschoenen en overige kabel installatie-onderdelen, en voor het bredere Bootelektra-assortiment, vind je een compleet overzicht van producten in de webshop van AB Marine Service. Twijfel je tussen twee vergelijkbare producten, dan helpen we je graag kiezen welke producten het beste passen bij jouw walstroominstallatie.

Stappenplan: zo sluit je walstroom veilig aan

Volg deze acht stappen in de juiste volgorde om walstroom veilig op je boot aan te sluiten.

Voordat je aansluit

  1. Zet de walstroomgroep aan boord uit met de hoofdschakelaar. Zo staat er geen spanning op de groepen als je straks insteekt.
  2. Zet de schakelaar of automaat van de walstroomkast op de steiger uit, als de haven die heeft. Steek nooit in een spanningvoerende kast.
  3. Controleer de walstroomkabel op beschadigingen. Een kabel met scheuren, blootliggende draden of een beschadigde walstroom stekker vervang je voordat je verder gaat.

Tijdens het aansluiten

  1. Sluit de kabel eerst aan op de walaansluiting van je boot. Zo houd je het spanningvoerende deel altijd aan de walkant en heb je nooit een levend kabeleinde in je hand boven het water.
  2. Sluit daarna het andere uiteinde aan op de havenpaal en controleer of de stekker goed vastklikt. Hang de kabel zo dat er een lus naar beneden zit voor de walaansluiting, zodat regenwater van de kabel druppelt in plaats van in je inlet loopt.
  3. Zet de walstroomkast op de steiger aan en daarna de hoofdschakelaar aan boord.

Na het aansluiten

  1. Test de aardlekschakelaar met de testknop. De schakelaar moet direct uitschakelen; gebeurt dat niet, dan is de aardlekschakelaar defect en mag je niet verder gaan.
  2. Controleer of je acculader en 230V-apparatuur normaal functioneren. Blijf de eerste minuten in de buurt om vreemde geluiden, geuren of warmteontwikkeling op te merken.

Bij het loskoppelen doorloop je dezelfde stappen in omgekeerde volgorde: eerst de hoofdschakelaar aan boord uit, dan de walstroomkast uit, dan de stekker uit de havenpaal en als laatste de stekker uit de boot.

Veiligheid en galvanische corrosie: waar moet je op letten?

Welke aardlekbeveiliging verplicht is, en welke je zelf regelt

De norm voor elektrische installaties in jachthavens, NEN 1010 deel 7-709, schrijft voor dat elke contactdoos op de steiger een eigen aardlekschakelaar van maximaal 30 mA en een eigen overstroombeveiliging heeft. Of die beveiliging werkt, zie je vanaf de steiger niet, en in het buitenland weet je niet wat er in de paal zit. Heb je een scheidingstransformator, dan ziet de aardlekschakelaar in de paal een fout aan boord helemaal niet meer. Voor de installatie aan boord van pleziervaartuigen tot 24 meter geldt NEN-EN-ISO 13297. Reken dus niet blind op de beveiliging in de paal, en zet direct achter je walaansluiting je eigen aardlekschakelaar. Twijfel je of jouw installatie aan de norm voldoet, laat dat dan nakijken door een installateur.

Wat galvanische corrosie is en hoe het ontstaat

Naast schokgevaar speelt galvanische corrosie een rol zodra je boot via walstroom geaard wordt. Je boot krijgt dan een elektrische verbinding met andere boten in de haven via de gedeelde aarding van het walstroomnet. Verschillen in metaalpotentiaal tussen die boten tasten het minst edele metaal aan: de schroef, de schroefas, de saildrive en andere metalen delen onder water. Dat gebeurt in zoet water ook, alleen langzamer dan in zout water. Het eerste wat je merkt, is dat je anodes sneller opraken dan je gewend bent.

Wanneer heb je een scheidingstransformator nodig?

Een scheidingstransformator geeft je boot een eigen, geïsoleerd elektrisch circuit: je hebt nog steeds aarding, maar geen directe verbinding meer met andere boten via het havennet. Lig je vooral aan de wal op je eigen, vaste ligplaats tussen andere boten met walstroom, dan is een scheidingstransformator een verstandige investering. Ben je onzeker of dit voor jouw situatie nodig is, vraag dan advies aan een installateur die de situatie van je haven en boot kent.

Welke walstroomkabel en aansluiting passen bij jouw boot?

De juiste kabeldikte en lengte hangen af van de stroomsterkte van je havenaansluiting en de afstand tussen havenpaal en boot. Let bij de keuze op deze drie punten:

  • Kabeldikte. Bij een 16A-aansluiting is een kabel van minimaal 2,5mm² per ader gangbaar; bij 32A heb je een dikkere kabel nodig om oververhitting te voorkomen.
  • Kabellengte. Kies de lengte op basis van de afstand tot de havenpaal of kade, met wat extra lengte zodat de kabel nooit strak staat bij deining of getij; walstroomkabels zijn verkrijgbaar in verschillende lengtes, van korte kabels voor een vaste ligplaats tot lange kabels voor wisselende havens.
  • Opslag tijdens gebruik. Een te korte kabel trekt bij beweging van je boot los of raakt beschadigd, terwijl een te lange kabel juist lastig op te bergen is en sneller in het water hangt. Rol een te lange kabel tijdens gebruik helemaal af. Op een haspel of in een strakke rol kan de kabel zijn warmte niet kwijt, en bij een zware verbruiker zoals een kachel of boiler wordt hij dan heet.

Veelgemaakte fouten bij het aansluiten van walstroom

Een aantal fouten zien we vaak terugkomen bij het aansluiten van walstroom, en die zijn met een beetje voorbereiding eenvoudig te voorkomen.

  • Een gewone verlengkabel gebruiken in plaats van een walstroomkabel. Een verlengkabel is niet gemaakt voor buitengebruik in een vochtige, zoute omgeving en mist de stevige aansluitingen van een walstroomkabel.
  • De aardlekschakelaar overslaan of niet testen. Zonder een geteste aardlekschakelaar merk je een lekstroom pas op het moment dat het al gevaarlijke situaties oplevert.
  • Te veel apparaten tegelijk aansluiten op een 16A-aansluiting. Een boiler en airco samen met je acculader kunnen de 3,7kW van een 16A-aansluiting al snel overschrijden, waardoor de hoofdautomaat of de zekering van de haven afslaat.
  • Geen rekening houden met galvanische corrosie. Boten die jarenlang zonder scheidingstransformator of galvanische isolator op walstroom liggen, lopen een grotere kans op corrosieschade aan metalen onderdelen onder water.

Sluit veilig en met de juiste onderdelen aan op walstroom

Met de juiste walstroomkabel, een werkende aardlekschakelaar en, afhankelijk van je situatie, een scheidingstransformator zorg je voor een veilige walstroomaansluiting op het walstroomnet van de haven of kade. Bekijk het Bootelektra-assortiment en het Victron Energy-assortiment van AB Marine Service voor walstroomkabels, aansluitingen en acculaders die passen bij jouw walstroom boot-situatie en bij elk schip dat regelmatig op walstroom ligt. Meer achtergrond over bootelektra vind je op de Techniek Blog. Heb je vragen over welke onderdelen bij jouw situatie passen? Neem gerust contact met ons op, of stuur ons een bericht via WhatsApp.

Wat moet ik doen als mijn aardlekschakelaar steeds uitschakelt?

Reset de aardlekschakelaar niet zomaar opnieuw zonder de oorzaak te controleren. Schakel alle apparaten aan boord uit, reset de aardlekschakelaar, en zet daarna apparaat voor apparaat weer aan tot je merkt welk apparaat de storing veroorzaakt, zodat je de rest weer veilig kunt gebruiken.

Hoe vaak moet ik mijn walstroomkabel en aansluiting controleren?

Controleer de walstroomkabel, stekker en inlet minimaal bij het begin van elk vaarseizoen op scheuren, corrosie of losse verbindingen. Vaar je veel of ligt je boot lange tijd op walstroom, dan is een tussentijdse controle halverwege het seizoen verstandig. Hoor je bij de acculader een zoemend geluid dat er eerder niet was, controleer dan de aansluiting en de belasting van het circuit.

Waarom werkt mijn walstroom stopcontact aan boord soms niet?

Een walstroom stopcontact dat geen spanning doorgeeft, wijst meestal op een uitgeschakelde aardlekschakelaar, een losse stekker bij de havenpaal of een defecte stopcontact-aansluiting aan boord. Controleer eerst de aardlekschakelaar en de stekker-verbindingen voordat je verder zoekt naar de oorzaak.

Wat doe ik als de automaat in de havenpaal steeds afslaat?

Slaat de paal af na een tijdje, dan vraag je meer stroom dan hij levert. De meeste palen zijn met 16A beveiligd, sommige lager; de havenmeester weet wat er bij jouw ligplaats zit. Zet een kachel, boiler en airco niet tegelijk aan. Heb je een scheidingstransformator zonder softstart, dan kan ook de inschakelpiek de automaat laten afslaan. Slaat de paal direct af bij het insteken, dan wijst dat eerder op een lekstroom aan boord. Volg dan de stappen bij de vraag over de aardlekschakelaar hierboven.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *