Geplaatst op — 3 reacties

Keerkoppeling boot vervangen: wanneer het nodig is en wat het kost

Technodrive TMC60A

Je schakelt vooruit, het toerental loopt op, maar de boot komt nauwelijks in beweging. Of je hoort een rammel uit de motorruimte die er vorig seizoen niet was. Een keerkoppeling vervangen kost tussen de €350 en €1.950 aan onderdelen, maar in veel gevallen is de koppeling zelf niet het probleem.

In deze blog lees je welke symptomen bij welk type keerkoppeling horen, welke drie dingen je eerst uitsluit, en waaruit de kosten precies bestaan. Zo weet je of je moet bestellen of eerst iets simpelers moet nakijken.

Wat doet een keerkoppeling in een boot?

Je gebruikt hem elke keer dat je aanlegt, zonder er verder bij na te denken. Een keerkoppeling is de transmissie tussen je motor en de schroefas die de draairichting omkeert, de schroef stil kan zetten en het motortoerental met een vaste verhouding verlaagt.

Die laatste functie kennen veel booteigenaren niet. Op het typeplaatje staat een ratio als 2:1 of 2.47:1, en dat getal bepaalt hoeveel keer langzamer de schroefas draait dan de motor. Bij vervanging moet die ratio kloppen, anders past de koppeling niet bij je schroef.

Voor de diagnose is vooral het type belangrijk:

  • Mechanische keerkoppeling. Hoofdas en hulpas staan continu via tandwielen in verbinding, achteruit loopt via een extra tandwiel. Er zit een kleine hoeveelheid olie in die schoon moet blijven.
  • Hydraulische keerkoppeling. Een platenkoppeling wordt door oliedruk aangedrukt, bediend via zuigers. Hier doet de olie het werk, dus oliedruk en oliepeil zijn kritisch.

Welk type je hebt, bepaalt welke klachten je krijgt bij slijtage. Dat maakt het onderscheid het snelste diagnosemiddel dat je hebt.

Keerkoppeling problemen: kapot of is het iets anders?

Je hoort of voelt iets, maar je weet niet of het ernstig is. De symptomen van een versleten keerkoppeling verschillen per type, en juist die verschillen vertellen je waar je moet kijken.

Symptomen bij een mechanische keerkoppeling

  • Ratelen uit de motorruimte. Een ratelend geluid bij stationair of bij het inschakelen wijst op speling in de tandwielen of op slijtage van de draaiende delen.
  • Janken uit de koppeling zelf. Een hoge, constante toon die met het toerental meeloopt komt meestal uit de lagering.
  • Zwaar of schokkerig schakelen. Voelt de hendel zwaar, kijk dan eerst naar de kabel, want dat is vaker de oorzaak dan de koppeling.
  • Niet meer inschakelen. Als vooruit of achteruit helemaal wegvalt, is er intern iets gebroken en heeft doorvaren geen zin.

Symptomen bij een hydraulische keerkoppeling

  • Slip. Het toerental stijgt, maar de boot versnelt niet mee. Bij een hydraulische koppeling betekent dat vrijwel altijd te weinig oliedruk of versleten koppelingsplaten.
  • Minder knopen bij hetzelfde toerental. Haalde je vorig seizoen 6 knopen bij 1800 toeren en nu 5, dan slipt de koppeling onder belasting.
  • Vertraagd inschakelen. Een merkbare pauze tussen hendel en beweging hoort bij een oliedruk die te langzaam opbouwt.

Waarom klappert mijn keerkoppeling?

Klapperen en rammelen komt vaak niet uit de keerkoppeling zelf. Tussen het vliegwiel en de keerkoppeling zit de demperplaat, een plaat met veren of kunststof nokken die de schokken van de motor opvangt. Slijten die veren of nokken, dan komen de trillingen ongedempt in de aandrijving terecht en hoor je dat als gerammel bij lage toerentallen of een klap bij het schakelen.

Omdat de demperplaat tegen de keerkoppeling aan zit, lijkt het geluid daarvandaan te komen. Herken je dit patroon, lees dan eerst hoe je de demperplaat van je boot vervangt voordat je aan een nieuwe keerkoppeling denkt.

Doe eerst deze checks voordat je een nieuwe koppeling bestelt

Je hebt de symptomen herkend en denkt aan vervangen. Toch zijn er vier punten die vaker de oorzaak zijn dan de keerkoppeling zelf, en die kun je allemaal in een uurtje nalopen.

  • Oliepeil en oliesoort. Een keerkoppeling die droogloopt slijt in korte tijd en wordt te warm. Te veel olie is net zo verkeerd, want dan bouwt er druk op. Controleer welke olie jouw type nodig heeft in de handleiding, want mechanische en hydraulische koppelingen vragen niet hetzelfde.
  • De staat van de olie. Ruikt de olie verbrand of zie je metaaldeeltjes op de peilstok? Metaaldeeltjes betekenen dat er intern al iets afslijt en dan is verse olie geen oplossing meer.
  • Kabel, bediening en afstelling. Zwaar schakelen zit in veel gevallen in een vastgelopen of verkeerd afgestelde schakelkabel, niet in de koppeling. Voel of de hendel zonder weerstand loopt als je de kabel bij de koppeling losneemt.
  • Motorsteunen en uitlijning. Ingezakte motorsteunen trekken de aandrijflijn scheef, waardoor de lagers van de keerkoppeling zijwaarts belast worden. Loop daarom ook de uitlijning van je schroefas na.

Er is nog een oorzaak die geen defect is maar een gewoonte. Gas geven voordat de koppeling is ingeschakeld, of vanuit volle vaart direct in achteruit schakelen, belast de platen en tandwielen zwaar. Eerst koppelen en dan gas geven verlengt de levensduur van elke keerkoppeling.

Zijn deze punten in orde en blijven de klachten, dan kom je uit bij reviseren of vervangen.

Reviseren of vervangen: wanneer kies je wat?

Het formaat van je keerkoppeling bepaalt vaak al de helft van het antwoord. Bij een kleine, lichte keerkoppeling is reviseren zelden de moeite waard: het uit elkaar halen, meten, schoonmaken en opnieuw opbouwen kost net zoveel uren als bij een zware koppeling, terwijl een complete gebruikte of nieuwe unit relatief weinig kost. De arbeid loopt dan snel op tot boven de prijs van een vervangende koppeling.

Vervangen is de logische keuze bij interne schade, bij herhaalde storingen, en als je midden in het seizoen snel weer wilt varen. 

PRM 120D2,5 mechanische keerkoppeling

Wat kost het om een keerkoppeling te vervangen?

Je wil weten waar je aan toe bent voordat je iemand laat kijken. De koppeling zelf is de grootste post: gebruikte keerkoppelingen lopen van circa €350 voor een kleine mechanische Technodrive TMC40 tot circa €1.950 voor een zwaardere ZF25 of een Kanzaki KM4a. Het grootste deel van het aanbod zit tussen €450 en €750.

Wat de prijs binnen die bandbreedte bepaalt:

  • Type en formaat. Een Hurth HBW50 voor een motor van 20 pk kost €450, een ZF25 voor een aanzienlijk zwaardere motor €1.950. Hydraulische koppelingen zitten structureel hoger dan mechanische.
  • De ratio. De reductie moet kloppen bij je schroef. Een 2:1 is ruim voorradig, een afwijkende ratio als 2.63:1 beperkt je keuze en daarmee je prijsvoordeel.
  • Nieuw of gebruikt. Een nieuwe keerkoppeling van Technodrive of PRM kost meer dan een gebruikt exemplaar uit voorraad, maar je krijgt er ook iets voor terug: garantie, een bekende historie en onderdelen die de komende jaren gewoon leverbaar blijven. Vaar je veel, is de boot je thuis of je werk, of wil je er simpelweg jaren geen omkijken meer naar hebben, dan is nieuw de rustigste keuze.

Naast de koppeling komen deze posten erbij:

  • Uit en inbouwen. De koppeling moet ondersteund worden en soms moet de motor iets gelift worden. In een krappe machinekamer is dat het grootste deel van de arbeidstijd.
  • Demperplaat. Reken die er meteen bij, want je zit er toch bij en een versleten plaat sloopt je nieuwe koppeling.
  • Olie en keerringen. Verse olie van het juiste type hoort standaard bij een vervanging.
  • Uitlijning na terugplaatsing. De flenzen moeten opnieuw parallel gezet worden, anders belast je de nieuwe koppeling meteen weer scheef.

Bestel je onderdelen bij ons, dan verzenden we voor €6,95 binnen Nederland en gratis boven €125. Nieuwe artikelen hebben twee jaar garantie.

Doe de klus buiten het seizoen als het kan. In het voorjaar zijn werkplaatsen vol en zit je langer te wachten dan in november.

Welke keerkoppeling past bij jouw boot?

Een keerkoppeling vervangen begint bij het typeplaatje en niet bij de webshop: zonder merk, type en ratio kun je niet vaststellen welke koppeling past. Bekijk het aanbod gebruikte keerkoppelingen, of stuur ons deze gegevens en we zoeken het voor je op:

  • Merk, type en ratio van je huidige keerkoppeling. Die staan op het typeplaatje op de behuizing.
  • Merk, type en vermogen van je motor. Daarmee controleren we of de koppeling het koppel kan verwerken.
  • De symptomen en wanneer ze optreden. Slip onder belasting wijst iets anders aan dan rammelen bij stationair.
  • Wat de olie laat zien. Kleur, geur en eventuele metaaldeeltjes zeggen veel over de interne staat.

Bel 0514-745007 of stuur een bericht via WhatsApp. Met die gegevens kunnen we in een keer zeggen of er een passende koppeling op voorraad ligt.

Geplaatst op — Geef een reactie

Schroefas uitlijnen: zo controleer je het zelf en wanneer je moet ingrijpen

Voel je een trilling die bij een bepaald toerental opkomt en er daarboven weer uit gaat? Of lekt je pakkingbus steeds een beetje meer? Dan is de uitlijning van je schroefas een van de eerste dingen om na te lopen. Alleen komt lang niet elke trilling of lekkage door de uitlijning. Een ingezakte motorsteun, een versleten binnenlager of een kromme as geven dezelfde klachten.

In deze blog lees je welke klachten wel op een uitlijnprobleem wijzen, hoe je zelf de flensverbinding en de motoropstelling controleert, en wanneer je beter stopt en het laat meten. Zo bestel je onderdelen die je echt nodig hebt.

Wanneer is schroefas uitlijnen nodig, en wanneer niet?

Een schroefas die uit lijn staat, geeft bijna altijd signalen voordat er iets stukgaat. Het probleem is dat die signalen lijken op een handvol andere storingen in je aandrijflijn. Loop daarom eerst de klachten na voordat je de motorsteunen aanraakt.

Klachten die op een uitlijnprobleem wijzen

Een uitlijnprobleem meldt zich meestal zo:

  • Trilling bij een specifiek toerental. De trilling komt op rond bijvoorbeeld 1400 toeren en verdwijnt eronder en erboven weer. Dat is typisch voor een aandrijflijn die uit lijn staat.
  • Een binnenlager of pakkingbus die warm wordt. Voel na een uur varen aan de koker. Handwarm is normaal, te heet om vast te houden niet.
  • Lekkage die toeneemt tijdens het varen. Druppelt het in stilstand nauwelijks, maar staat er na een uur varen water in de bilge? Dan beweegt de as in bedrijf anders dan in rust.
  • Onregelmatige slijtage. Kijk naar het rubber van de flexibele koppeling en de motorsteunen. Slijt een kant zichtbaar sneller dan de andere, dan trekt er iets scheef.
  • Resonantie in het achterschip. Een bromtoon of natrillen in de vloer die er vorig seizoen nog niet was.

Wat erop lijkt maar iets anders is

Deze oorzaken geven vergelijkbare klachten en vragen een andere oplossing:

  • Ingezakte motorsteunen. Rubber veroudert en zakt in. De motor zakt mee en dan staat de uitlijning niet meer goed, ook al heb je hem drie jaar geleden netjes afgesteld. Nieuwe motorsteunen lossen de oorzaak op, opnieuw afstellen alleen niet.
  • Een kromme schroefas. Na grondcontact of een stuk drijfhout kan de as verbogen zijn. Herkenbaar doordat de afwijking meedraait met de as als je hem rondt.
  • Een versleten binnenlager. Speling in het schroefas lager laat de as rollen in de koker. Dat voelt als trilling, maar de motor staat gewoon recht.
  • Een schroef uit balans. Een deuk, braam of verbogen blad geeft trilling die met de snelheid meeloopt, niet met een vast toerental.
  • Rommel rond de as. Een landvastlijn of visdraad rond de as veroorzaakt trilling en kan de afdichting beschadigen. Een touwsnijder voorkomt dat. Check dit altijd eerst, het kost je vijf minuten.
  • Speling in de keerkoppeling. Zit de speling voor de flens in plaats van erachter, dan ligt het probleem in de koppeling en niet in de uitlijning.

Hoeveel speling mag een schroefas hebben?

Deze vraag komt vaak terug, maar er is geen getal dat overal geldt. Speling betekent op drie plekken iets anders:

  • In het lager: de as kan zijwaarts bewegen in de koker. Hier hoort de speling minimaal te zijn, afhankelijk van het type lager en de asdiameter.
  • In de flensverbinding: de flenzen staan niet vlak tegen elkaar. Dit is de speling die je bij het uitlijnen meet.
  • Axiaal: de as kan in de lengterichting bewegen. Een klein beetje is normaal, centimeters niet.

Praktisch herken je te veel speling zo: je voelt een tik als je de as met de hand heen en weer beweegt, je ziet de as zichtbaar slingeren tijdens het draaien, of de lekkage neemt toe precies op het moment dat de trilling opkomt. Twijfel je, of gaat het om een zware as? Laat het dan meten in plaats van schatten. Verkeerd afstellen op gevoel kost je een keerkoppeling.

Wat er kapot gaat als de uitlijning niet klopt

Een scheve aandrijflijn staat continu onder spanning. Die spanning moet ergens heen, en dat is precies waar de schade ontstaat.

De rekening komt meestal in deze volgorde. Eerst gaan de lagers van de keerkoppeling eraan, omdat de uitgaande as zijwaarts wordt belast terwijl hij daar niet voor bedoeld is. Daarna slijt de krukas van de motor, want ook die krijgt een zijwaartse kracht te verwerken.

Vervolgens rekken de boutverbindingen tussen de flenzen op door de wisselende belasting. En de flexibele koppeling of de rubbers van de motorsteunen halen hun levensduur niet, soms nog niet de helft.

Ondertussen versterken die effecten elkaar. Hoe meer de lagers slijten, hoe verder de uitlijning wegloopt, en hoe harder de rest te lijden krijgt.

Een flexibele koppeling corrigeert geen scheve uitlijning

Het misverstand dat het vaakst geld kost, gaat over de flexibele koppeling. Een flexibele koppeling vangt tijdelijke uitlijnfouten en motorbewegingen op, maar corrigeert geen permanente uitlijnfout in de aandrijflijn.

De koppeling is bedoeld voor trillingen, het schokje bij inschakelen en de beweging van een motor die op rubbers staat. Vervang je alleen de trillingsdempers of de koppeling omdat het rubber versleten is, dan is de trilling twee weken weg en komt hij daarna terug. De basisuitlijning moet kloppen, ook met flexibele koppeling.

De uitzondering is een systeem met een homokinetische aandrijfas, zoals Python Drive. Daarbij vangt de constructie de hoekverschillen op en wordt de stuwdruk apart opgenomen, waardoor exacte uitlijning met de motor niet meer nodig is. Heb je een gewone starre flensverbinding, dan geldt dat verhaal niet voor jou.

Hoe vaak controleren?

Een keer goed uitgelijnd betekent niet klaar voor de rest van het bootleven. Rubber veroudert, lagers slijten en de motor zakt langzaam. Houd daarom deze frequentie aan:

  • Jaarlijks: de uitlijning tussen motor en schroefas controleren, plus de staat van de flexibele koppeling en de motorsteunen.
  • Elke twee jaar: de motorsteunen laten nastellen als je motor flexibel is opgesteld.
  • Altijd: na grondcontact, na een tros in de schroef en na hermotorisering.

Ga je hermotoriseren? Laat dan eerst met het achterschip droog de schroefasspeling opmeten en leg die waarden vast. Sla je die stap over, dan blijkt achteraf vaak dat de hele installatie opnieuw gesteld moet worden.

Zelf een uitlijncontrole doen: zo check je flens en motoropstelling

Een uitlijncontrole is werk dat je met wat geduld prima zelf doet. Je meet niet of de motor recht staat, je meet of de flens van de keerkoppeling precies parallel staat aan de flens van de schroefas.

De schroefas is het nulpunt van de hele uitlijning. Je werkt vanaf het achterste schroefaslager naar voren richting de motor, en je stelt de motor af op de as. Nooit andersom, want de as ligt vast in de koker terwijl de motor op verstelbare steunen staat.

Veilig beginnen

Zorg dat de boot stabiel ligt, zet de motor uit en haal de sleutel eruit. Maak de ruimte rond de flens vrij en leg je gereedschap klaar: een set voelermaten, steek en ringsleutels, een stift of viltstift, en een meetklok als je die hebt.

Maak een foto voordat je iets losdraait en markeer de stand van de flenzen ten opzichte van elkaar. Dat scheelt zoeken bij het terugmonteren.

De flenzen meten

Werk in deze volgorde:

  1. Beoordeel eerst visueel. Maak de flensverbinding schoon. Zie je roest, opgerekte bouten of een vervormde flens, dan weet je al genoeg.
  1. Draai de bouten los en trek de flenzen een paar millimeter uit elkaar. Duw ze daarna weer tegen elkaar zonder de bouten aan te zetten.
  1. Meet de spleet rondom. Meet met een voelermaat op vier punten: boven, onder, links en rechts. Noteer elke waarde.
  1. Draai de as een kwartslag en meet opnieuw op dezelfde vier punten. Herhaal dat tot je rond bent.

Twee metingen zijn dus belangrijk: de spleet op de vier posities, en of die waarden veranderen als je de as draait.

Wat de meetwaardes je vertellen

Bij uitlijnen bestaan twee soorten afwijking. Bij een parallelle afwijking, ook wel offset, lopen de assen wel evenwijdig maar liggen ze niet op dezelfde hoogte of zijlijn. Bij een hoekafwijking staan de assen onder een hoek ten opzichte van elkaar. Een spleet die overal even breed is terwijl de flenzen niet mooi op elkaar aansluiten wijst op offset, een spleet die aan een kant wijder is wijst op hoekafwijking.

Vertaald naar je meetwaardes:

  • Verschil tussen boven en onder: de motor staat te hoog of te laag. Een hoogteverschil corrigeer je met de motorsteunen.
  • Verschil tussen links en rechts: de motor staat zijwaarts uit het midden. Ook een correctie via de motorsteunen, maar dan horizontaal.
  • Waarden die meedraaien met de as: het probleem zit niet in de motoropstelling. Dan is de as krom of staat de flens scheef op de as gemonteerd. Verder afstellen heeft dan geen zin.
  • Overal dezelfde spleet: de flenzen staan parallel. Parallel staande flenzen zijn precies wat je wilt zien.

De toegestane afwijking hangt af van je motor en je installatie, en staat in de handleiding van de motorfabrikant. Kun je die niet vinden? Bel dan even, dan zoeken we het samen uit. Afstellen op gevoel is hier de duurste route.

Motorsteunen bijstellen

Klopt de meting niet, dan corrigeer je via de vier motorsteunen. Werk daarbij zo:

  • Draai in kleine stappen, een halve slag per keer. Een hele slag verplaatst de motor vaak al meer dan de afwijking die je wilde wegwerken.
  • Werk diagonaal. Verstel je twee steunen aan dezelfde kant achter elkaar, dan kantelt de motor en klopt je vorige meting niet meer.
  • Meet na elke ronde opnieuw op alle vier de punten. Zonder tussenmeting weet je niet of je correctie het probleem kleiner of groter heeft gemaakt.
  • Houd de motor waterpas. Trek hem niet scheef om een meetwaarde kloppend te krijgen, want dan verplaats je de spanning naar een ander punt in de aandrijflijn.

Reken op meerdere rondes. Elke correctie verandert de andere drie punten mee.

Wanneer je stopt en het laat doen

Er zijn situaties waarin zelf doorstellen alleen maar schade oplevert. Stop en schakel hulp in als:

  • de flens duidelijk zichtbaar scheef staat. Een afwijking die je met het blote oog ziet, is te groot om met de motorsteunen op te lossen.
  • de as centimeters beweegt in de koker. Zoveel speling wijst op een versleten lager, en op een bewegende as kun je niet uitlijnen.
  • de motorsteunen kapot of doorgezakt zijn. Je stelt dan af op een bewegend doel, dus vervang de steunen eerst.
  • de afwijking meedraait met de as. Een kromme as of een scheef gemonteerde flens los je niet op met de motoropstelling.
  • de trilling terugkomt nadat je netjes hebt afgesteld. Terugkerende trilling na een correcte meting wijst op een oorzaak verderop in de aandrijflijn.

In die gevallen is er iets anders aan de hand dan uitlijning alleen.

Lekkage, ingesleten as en afdichting: wat is de echte oorzaak?

Lekkage bij de pakkingbus is vaak de klacht waarmee het begint. Alleen wijst lekkage niet automatisch op een versleten afdichting. Uitlijning, lagering en afdichting hangen aan elkaar, en als je de verkeerde vervangt sta je er volgend seizoen weer.

Wat moet ik doen als mijn schroefasafdichting lekt?

Bepaal eerst wanneer het lekt. Het moment van lekken vertelt je bijna alles:

  • Alleen in stilstand, gestaag druppelend: meestal de afdichting zelf. Bij een pakkingbus of watergesmeerd gland kun je vaak een klein beetje bijstellen. Draai gelijkmatig aan, zodat de bus in lijn blijft met de as, en niet verder dan het punt waarop je de as nog met de hand kunt ronddraaien.
  • Vooral tijdens en na het varen: de as beweegt in bedrijf anders dan in rust. Dat wijst richting uitlijning of een versleten binnenlager.
  • Lekkage die samenvalt met de trilling: vrijwel altijd uitlijning of lagering, niet de afdichting.

Let daarnaast op deze signalen: zwarte rubberdeeltjes rond de koker, zoutsporen, een pakkingbus die warm wordt, of water in de bilge dat pas na een uur varen verschijnt.

Zit er een zichtbare groef in de as op de plek waar de pakking loopt, dan is de as ingesleten. Een nieuwe afdichting sluit dan niet meer af, want hij loopt in dezelfde groef. In dat geval vervang je de schroefas, of laat je hem opnieuw opbouwen.

Belangrijk om te onthouden: een nieuwe afdichting op een scheve installatie slijt op precies dezelfde plek weer in. Los eerst de oorzaak op, dan pas het symptoom.

Wat is de beste schroefas afdichting?

Er is geen systeem dat altijd wint. De keuze hangt af van je vaargebied, je onderhoudsroutine en de conditie van de as. De drie hoofdsmaken:

  • Pakkingbus met vetsmering. Simpel, goedkoop en makkelijk zelf bij te stellen. Je moet wel regelmatig doorsmeren, en het vet komt uiteindelijk in het water terecht.
  • Watergesmeerd systeem. Milieuvriendelijk en onderhoudsarm, met water als smeermiddel. Vaar je veel in ondiep en zandig water, dan kunnen zandkorrels op termijn slijtage geven.
  • Mechanische seal. Droog en onderhoudsarm, maar minder vergevingsgezind voor uitlijnfouten. Werkt goed op een installatie die netjes staat, minder goed op een die dat niet doet.

Kijk voordat je gaat vergelijken eerst wat er nu op zit. Zit er bijvoorbeeld een Volvo Penta seal op je as, zoek dan gericht op dat type in combinatie met je asdiameter en kokermaat. Dat scheelt je een hoop zoekwerk in een brede categorie. Bekijk het aanbod schroefas afdichtingen in de webshop.

Vaar je in zout water, houd dan ook je anodes in de gaten. Corrosie rond de as en de koker versnelt slijtage van de afdichting.

Veelgestelde vragen

Moet de boot in het water liggen tijdens het uitlijnen?

Uitlijnen doe je met de boot in het water, want een romp verandert van vorm zodra hij op de kant staat. Dat geldt zeker bij stalen en polyester schepen. Op de wal kun je prima grof afstellen, maar de eindcontrole en de correctie doe je te water. Laat de boot na het te water gaan een paar dagen liggen voordat je de eindmeting doet.

Kan ik uitlijnen zonder meetklok?

Ja. Met een set voelermaten kom je een heel eind, zolang je op vier punten meet en de as tussendoor draait. Een meetklok is nauwkeuriger en werkt prettiger bij grotere assen. Voor precisiewerk aan grote installaties is een laseruitlijnsysteem de nauwkeurigste methode, omdat die offset en hoekafwijking in een meting bepaalt.

Hoe vaak moet ik de uitlijning laten controleren?

Een keer per jaar bij een normaal gebruikte installatie. Staat je motor flexibel opgesteld, laat de motorsteunen dan minimaal elke twee jaar nastellen. Controleer altijd extra na grondcontact, na een tros in de schroef en na een motorwissel.

De juiste onderdelen voor je schroefas systeem

Schroefas uitlijnen begint met de diagnose en niet met de onderdelenlijst: meet eerst of de flenzen parallel staan, want een nieuwe afdichting of koppeling lost een scheve aandrijflijn niet op.

Bij een uitlijnklus komen daarna bijna altijd dezelfde onderdelen langs: motorsteunen, een schroefas koppeling of flexibele koppeling, een nieuwe afdichting, een binnenlager en soms een klemflens. Is de as ingesleten of krom, dan wordt het een complete schroefas set.

Weet je wat je nodig hebt? Dan bestel je het direct in de webshop, met twee jaar garantie op alle nieuwe artikelen.

Twijfel je over de diagnose, of kloppen je meetwaardes niet met wat je verwacht? Bel of app ons even. Het helpt als je deze gegevens bij de hand hebt:

  • Merk en type van je motor en keerkoppeling. Daarmee zoeken we de juiste toleranties en de passende onderdelen op.
  • De diameter van je schroefas en de maat van de koker. Die twee maten bepalen welke afdichting en welk lager passen.
  • Het type afdichting dat er nu op zit. Een pakkingbus vraagt om een andere aanpak dan een mechanische seal.
  • Een paar foto’s van de flensverbinding en de pakkingbus. Op een foto zien we vaak in een oogopslag of de as ingesleten is.
  • Je meetwaardes op de vier punten, als je die al hebt. Met die getallen kunnen we meteen zeggen of het om offset of hoekafwijking gaat.

Met die informatie kunnen we in een keer zeggen of je een onderdeel nodig hebt of dat er iets gemeten moet worden.

Geplaatst op — 3 reacties

Boot elektra aansluiten: zo regel je stroom aan boord

Je hebt een mooie dag op het water achter de rug, de motor heeft goed gelopen en je verwacht dat de accu weer vol zit. Toch merk je na een paar dagen aan de wal dat de koelkast het lastiger krijgt, de lichten wat doffer branden, of de motor net iets trager start. De oorzaak zit meestal niet in een kapotte accu, maar in de manier waarop je boordnet is aangesloten. In deze blog leggen we uit hoe je de vier kernonderdelen van je boot elektra aansluit: de accu, de acculader, de omvormer en het zonnepaneel met MPPT-regelaar. Zo weet je precies welk onderdeel wat doet en waar je op moet letten. Of je nu een klein motorbootje of een groter vaartuig hebt, elektrische systemen aan boord bestaan uit dezelfde basisonderdelen, en bij het installeren van je boot elektra is de volgorde net zo belangrijk als de onderdelen zelf.

 

 

Stroom aan boord: hoe de vier onderdelen samenwerken

Je boot elektra bestaat uit vier onderdelen die elkaar aanvullen, en samen vormen ze de stroomketen aan boord. Alle elektrische componenten aan boord zijn met elkaar verbonden: de accu is verbonden met de acculader, de omvormer en het schakelpaneel, van waaruit je de elektriciteit verdeelt naar losse verbruikers zoals verlichting, pompen en navigatie-instrumenten. Zonder een van deze schakels werkt de rest minder efficiënt: een omvormer zonder goed opgeladen accu heeft weinig reserve, en een zonnepaneel zonder juiste regelaar laadt de accu niet optimaal op.

 

    • Accu: slaat de stroom op en levert spanning aan alles wat je aan boord gebruikt, van verlichting tot de omvormer.
    • Acculader: vult de accu aan zodra je aansluit op walstroom, zodat de accu niet structureel onder de 100% blijft.
    • Omvormer: zet de opgeslagen 12V of 24V gelijkstroom om naar 230V, waardoor huishoudelijke apparaten ook zonder walstroom werken.
    • Zonnepaneel met MPPT-regelaar: houdt de accu bij tijdens het varen of voor anker liggen, juist op momenten dat je geen walstroom hebt.

 

Of je nu een weekend weg bent of langere tochten maakt, de belasting op je boordnet verschilt sterk. Vaar je vooral korte dagtochten, dan is de acculader thuis of in de haven vaak voldoende om de accu weer vol te krijgen. Lig je regelmatig voor anker of maak je langere reizen, dan wordt het zonnepaneel met MPPT-regelaar belangrijker om de accu overdag bij te houden zonder dat je de motor extra hoeft te laten draaien.

 

Boot accu aansluiten: de basis van je stroomvoorziening

De accu is het startpunt van je boot elektra: elk ander onderdeel sluit uiteindelijk op de accu aan. Op de meeste boten vind je een AGM- of lithiumaccu.

 

    • AGM-accu: goedkoper in aanschaf, levert een hoge startstroom. Je haalt er wel maximaal ongeveer de helft van de capaciteit uit, want diep ontladen verkort de levensduur snel.
    • Lithiumaccu: lichter, laadt sneller en je kunt 80 tot 100 procent van de capaciteit gebruiken. Wel duurder in aanschaf, met een eigen laadprofiel.

 

 

Aansluitvolgorde accu

 

    1. Sluit eerst de pluskabel aan.
    2. Sluit daarna de minkabel aan.
    3. Wil je de accu loskoppelen, draai de volgorde dan om: eerst de minkabel los, dan pas de pluskabel.

Deze volgorde voorkomt kortsluiting via het gereedschap dat je gebruikt. Gebruik hiervoor altijd accukabels en accupoolklemmen van de juiste dikte, afgestemd op de stroomsterkte die erdoorheen gaat.

 

Accu’s parallel of in serie schakelen

Je kunt meerdere accu’s op verschillende manieren met elkaar verbinden: parallel of in serie, en het verschil zit in wat er met spanning en capaciteit gebeurt.

 

    • Parallel schakelen: je verbindt de plusaansluitingen met elkaar en de minaansluitingen met elkaar, waardoor de spanning gelijk blijft (bijvoorbeeld 12V) maar de capaciteit in ampère-uur optelt. Geschikt voor een grotere huisaccubank die je langer wilt kunnen gebruiken zonder bij te laden.
    • Serieel schakelen: je verbindt de plus van de ene accu met de min van de andere, waardoor de spanning optelt (twee 12V-accu’s worden dan 24V) terwijl de capaciteit gelijk blijft. Gebruikt wanneer je boordnet, bijvoorbeeld voor een zware omvormer of elektrische boegschroef, op een hogere systeemspanning draait.

Combineer nooit accu’s van een verschillend type of een verschillende ouderdom in dezelfde bank, want dit zorgt voor ongelijke belasting en versnelde slijtage van de zwakste accu in de bank. Meer over de stappen en veelgemaakte fouten lees je in onze blog over accu’s parallel of in serie schakelen.

 

Veelgemaakte fout: polariteit omdraaien

Een pluskabel op de minpool aansluiten is de meest voorkomende fout bij het aansluiten van een boot accu. Verkeerde polariteit veroorzaakt kortsluiting, beschadigt aangesloten apparatuur en kan de accu zelf onherstelbaar beschadigen. Op de accu staan de polen gemarkeerd, dus de fout zit bijna altijd in de kabels. Controleer met een multimeter welke kabel plus is voordat je hem vastzet, vooral in een installatie die iemand anders heeft aangelegd of waar niet netjes met rood en zwart is gewerkt.

Voordat je aan de slag gaat met boot elektra aanleggen, is het verstandig een elektrisch bedradingsschema te maken van alle verbindingen. Dit schema toont precies hoe de accu, acculader, omvormer en zonnepaneel met elkaar verbonden zijn, en helpt bij het opsporen van problemen achteraf. Monteer daarnaast tussen de accu en de rest van de installatie een hoofdschakelaar, zodat je bij onderhoud of in noodgevallen in één handeling alle stroom kunt uitschakelen.

Stroom verdelen: hoofdschakelaar, busbar en zekeringen

Tussen de accu en je verbruikers zit een vaste opbouw. Direct bij de pluspool van de accu komt een hoofdzekering, daarna de hoofdschakelaar. Vandaar gaat de stroom naar een plusbusbar en het schakelpaneel. Daar krijgt elke groep een eigen zekering en schakelaar: verlichting, pompen, navigatie en 12V-stopcontacten. Gaat er in één groep iets mis, dan blijft de rest werken.

Aan de minkant sluit je alle verbruikers aan op een gezamenlijke minbusbar. Heb je een accumonitor, dan zit de shunt tussen de minpool van de accu en die minbusbar.

Een zekering beschermt de kabel, niet het apparaat. Kies de zekeringwaarde daarom bij de kabeldikte van die groep. Een te zware zekering laat een te dunne kabel eerst heet worden voordat hij doorbrandt.

Veel booteigenaren sluiten de automatische bilgepomp met een eigen zekering vóór de hoofdschakelaar aan. Zo blijft de pomp werken als je de boot verlaat en de hoofdschakelaar uitzet.

Kabeldikte bepalen

De kabeldikte hangt af van twee dingen: hoeveel stroom er door de kabel gaat, en hoe lang de kabel is, heen en terug samen. Hoe langer de kabel, hoe meer spanning je onderweg verliest. Reken voor laders, omvormer en navigatie met maximaal 3 procent spanningsverlies. Bij 12V is dat 0,36 volt.

De rekenregel voor koperkabel:

doorsnede (mm²) = 0,0175 × totale kabellengte (m) × stroom (A) ÷ toegestaan spanningsverlies (V)

Een voorbeeld: een omvormer van 1000 watt op 12V vraagt ruim 83 ampère. Omdat de omvormer zelf ook energie verliest, reken je met ongeveer 90 ampère. Staat de omvormer 2 meter van de accu, dan is de kabel heen en terug 4 meter lang. Dat geeft 0,0175 × 4 × 90 ÷ 0,36 = 17,5 mm². Je kiest de eerstvolgende standaardmaat: 25 mm².

Werk je met 24V, dan halveert de stroom bij hetzelfde vermogen, en kun je een dunnere kabel gebruiken. Controleer na de berekening altijd of de kabel de stroom ook blijvend aankan. Kies daarna de zekering die bij die kabel past.

 

Acculader aansluiten: je accu’s slim opladen

Een acculader zorgt voor de juiste laadspanning en laadstroom, afgestemd op het type accu dat je aan boord hebt.

 

    • Een dynamo geeft één vaste spanning, meestal tussen 13,8 en 14,4V, zonder absorptiefase. Daardoor krijgt hij een huisaccubank nooit helemaal vol.
    • Een AGM accu heeft ongeveer 14,4V absorptiespanning nodig en daarna 13,8V float.
    • Een lithiumaccu laadt bij Victron standaard op 14,2V absorptie en 13,5V float. Andere merken schrijven soms 14,4 tot 14,6V voor. Volg altijd de specificatie van je accufabrikant en niet een vuistregel.

Een acculader is daarmee de meest voor de hand liggende oplossing om je accu structureel vol te houden, en een juiste aansluitvolgorde is essentieel om schade aan je boot elektra te voorkomen. Zonder acculader blijft je accu structureel onder de 100%, wat op termijn de levensduur verkort. Naast walstroom kun je de acculader ook voeden vanuit een generator aan boord, handig wanneer je langere tijd niet aanmeert. Lees ook onze blog over je accu volledig opladen voor meer achtergrond.

 

Walstroom als basis voor de acculader

De acculader haalt zijn stroom meestal uit een walstroomaansluiting in de haven. Gebruik hiervoor een walstroomkabel met een spatwaterdichte stekker (minimaal IP44, bij voorkeur IP67 of hoger), zodat vocht op de steiger geen risico vormt. Sluit de walstroomaansluiting aan boord altijd aan via een aardlekschakelaar, want deze onderbreekt de stroom automatisch bij een lekstroom en voorkomt daarmee elektrocutiegevaar aan boord of in het water rondom de boot. Via de randaarde van de walstroom is je boot elektrisch verbonden met de andere boten in de haven. Daardoor kan er een zwakke gelijkstroom gaan lopen die je anodes, schroef en schroefas sneller laat wegvreten. Een galvanische scheider in de aardleiding, of een scheidingstransformator, onderbreekt die stroom. De aarding blijft voor je veiligheid gewoon werken.

 

 

Aansluitvolgorde acculader

 

    1. Sluit de rode pluskabel van de acculader aan op de accu.
    2. Sluit de zwarte minkabel van de acculader aan op de accu.
    3. Sluit de acculader pas daarna aan op de walaansluiting, zoals een stopcontact of walstroomkast.
    4. Zet de acculader aan en stel het juiste laadprofiel in voor AGM, gel of lithium.

Veel acculaders aan boord hebben twee of drie uitgangen, waarmee je een startaccu en een huisaccu tegelijk maar onafhankelijk van elkaar oplaadt. Zo voorkom je dat de startaccu leegloopt doordat de huisaccu voorrang krijgt, en andersom. Let op: bij een acculader met meerdere uitgangen geldt één laadprofiel voor alle uitgangen. De uitgangen zijn onderling gescheiden, maar je kunt ze niet los instellen op een ander accutype. Heb je een AGM startaccu en een lithium huisaccu, neem dan twee losse laders of laad de huisaccu bij via een DC/DC lader.

 

Veelgemaakte fouten bij het opladen

 

    • Verkeerd laadprofiel instellen: een lithium laadprofiel op een loodaccu zetten beschadigt de accu structureel, controleer daarom altijd het accutype voordat je het profiel kiest.
    • Te dunne kabels gebruiken: dunne kabels veroorzaken spanningsverlies en oververhitting, kies daarom een kabeldikte die past bij de laadstroom van de acculader.
    • Acculader op een vochtige plek plaatsen: vocht in de buurt van de accu verhoogt het risico op kortsluiting, ook als de acculader zelf spatwaterdicht is.

 

Omvormer aansluiten voor 230V aan boord

Een omvormer zet de 12V of 24V gelijkstroom van je accu om naar 230V wisselstroom, zodat je gewone stopcontact-apparatuur kunt gebruiken zonder walstroom. Let bij het aansluiten op de volgende punten:

 

    • Sluit de omvormer dicht bij de accu aan om de kabellengte kort te houden.
    • Plaats de omvormer niet direct boven de accu, vanwege gasvorming tijdens het laden.
    • Gebruik kabels die passen bij het vermogen van de omvormer.
    • Kies een zuivere sinus omvormer. Een gemodificeerde sinus is goedkoper, maar laptopladers, koelkastcompressoren en apparaten met een motor kunnen erop haperen of warm worden.
    • Plaats een zekering zo dicht mogelijk bij de accu, zodat een kortsluiting verderop in de kabel snel wordt onderbroken.
    • Kies een omvormer die specifiek gebouwd is voor de marine omgeving: vocht, zout en trillingen tasten een standaard omvormer sneller aan dan een model met een marine-behuizing.

 

 

Startaccu en serviceaccu gescheiden laden

De meeste boten hebben twee accu’s: een startaccu voor de motor en een serviceaccu voor verlichting, koelkast en instrumenten. De dynamo moet ze allebei laden. Toch mag de serviceaccu de startaccu nooit leeg kunnen trekken, anders start je motor niet meer als je ‘s avonds voor anker de koelkast hebt laten draaien. Er zijn drie manieren om dat te regelen.

  • Accuscheider (relais), zoals een Victron Cyrix. Het relais verbindt beide accu’s pas als de spanning van de startaccu hoog genoeg is. De dynamo laadt dus eerst de startaccu en daarna de serviceaccu. Valt de spanning weg, dan gaat het relais weer open en blijft de startaccu vol.
  • Diodebrug of scheidingsdiode. Die laadt beide accu’s tegelijk en voorkomt dat de volle accu terugstroomt naar de lege. Over een diode valt wel wat spanning weg, waardoor de accu’s iets minder vol raken dan bij een directe verbinding.
  • DC/DC-lader, zoals een Victron Orion-Tr Smart. Die neemt stroom van de startaccu en laadt de serviceaccu met een eigen laadprofiel. Heb je een lithium serviceaccu, dan is dit de juiste keuze. Een lithiumaccu neemt zoveel stroom op dat een gewone dynamo te heet kan worden. De DC/DC-lader begrenst die stroom en geeft de lithiumaccu de laadspanning die hij nodig heeft.

Laadt je serviceaccu niet bij tijdens het varen? Controleer dan eerst de startaccu. Een relais sluit pas als de startaccu een bepaalde spanning haalt. Een oude of te diep ontladen startaccu komt daar soms niet meer aan, en dan krijgt de serviceaccu niets.

Waar zit de shunt van je accumonitor? Een shunt meet alleen wat er in en uit de accu gaat waarop hij zit. Wil je weten hoe vol je serviceaccu is, zet de shunt dan op de minpool van de serviceaccu. Aan de accukant van de shunt zit alleen de minkabel van de accu. Alle andere minkabels, van verbruikers en laders, sluit je aan de andere kant aan.

 

 

Aarding en randaarde

Een combi apparaat zoals een MultiPlus heeft een AC ingang en schakelt de aarding automatisch om zodra je van walstroom naar de omvormer overgaat, en weer terug. Dit zorgt dat de aarding automatisch goed staat zodra je overschakelt van walstroom naar de omvormer, en weer terugschakelt zodra je walstroom aansluit. Zonder deze koppeling loop je risico op een verkeerd geaard systeem, wat gevaarlijk is bij een lekstroom, vooral in combinatie met de aardlekschakelaar die je bij de walstroomaansluiting gebruikt.

Gebruik je een losse omvormer zonder AC ingang, dan gebeurt dat niet automatisch. Regel het overschakelen dan met een overschakelrelais zoals een Filax, zodat je nooit twee bronnen tegelijk op dezelfde groep hebt en de aarding altijd goed staat.

Hoeveel vermogen heb je nodig?

Tel het gezamenlijke vermogen in watt van alle apparaten die je tegelijk wilt gebruiken bij elkaar op, en kies een omvormer met voldoende marge boven dat totaal. Een koffiezetapparaat van 1000 watt en een laptoplader van 65 watt vragen samen dus minimaal 1065 watt aan omvormervermogen. Houd bovendien rekening met de inschakelstroom van apparaten met een motor, zoals een koelkastcompressor, want die kan tijdelijk twee tot drie keer het normale vermogen vragen bij het opstarten.

Victron MPPT aansluiten: zonne-energie benutten

Een MPPT-regelaar, wat staat voor Maximum Power Point Tracking, haalt het maximale vermogen uit je zonnepaneel en zet dit om naar de juiste laadspanning voor je accu. Ook op bewolkte dagen of tijdens het varen voorziet een zonnepaneel met MPPT-regelaar je accu van een merkbare hoeveelheid stroom, in tegenstelling tot een eenvoudigere PWM-regelaar die minder rendement uit het paneel haalt.

Vaste aansluitvolgorde bij een Victron MPPT-regelaar

    • Sluit eerst de accu-aansluiting aan op de MPPT-regelaar.

     

    • Sluit pas daarna het zonnepaneel aan.

    Deze volgorde is nodig omdat de regelaar bij het inschakelen automatisch de systeemspanning detecteert op basis van de accu. Sluit je eerst het paneel aan, dan kan dit de detectie verstoren en in het ergste geval de regelaar beschadigen.

     

    Aandachtspunten bij de configuratie

     

      • De paneelspanning moet minimaal 5V hoger zijn dan de accuspanning voordat de regelaar begint te laden. Daarna gaat hij door tot ongeveer 1V boven de accuspanning.
      • Gebruik geen zonnepanelen met ingebouwde optimizers, want deze kunnen de MPPT-regelaar permanent beschadigen.
      • Twijfel je over de juiste combinatie van paneelvermogen en regelaar, gebruik dan een MPPT-calculator om het paneelvermogen af te stemmen op de capaciteit van je accubank.

     

    Onderhoud en controle van je boot elektra

    Onderhoud van je boot elektra hoort bij een veilige installatie, ook nadat alles goed is aangesloten. Regelmatig onderhouden van accupolen, zekeringen en kabels voorkomt onnodige storingen en verlengt de levensduur van elk onderdeel.

     

      • Accupolen: controleer minstens een keer per vaarseizoen op corrosie, want een wit of groen laagje op de polen verhoogt de overgangsweerstand en veroorzaakt spanningsverlies. Reinig corrosie met een staalborsteltje en gebruik daarna poolvet om nieuwe corrosie te voorkomen.
      • Zekeringen: controleer of alle zekeringen nog de juiste waarde hebben voor de aangesloten kabeldikte, en vervang een doorgebrande zekering altijd door eenzelfde ampèrewaarde. Een te zware zekering beschermt de kabel niet meer voldoende bij een kortsluiting, terwijl een te lichte zekering onnodig vaak doorbrandt.
      • Kabels: inspecteer op scheurtjes, breuk of beschadiging door schuren tegen scherpe randen, vooral op plekken waar kabels langs de romp of door een doorvoer lopen.

    Bij een gecombineerde acculader-omvormer, ook wel een combi-unit genoemd, kun je via de Victron Connect app op je telefoon meekijken met laadstroom, accuspanning en het actuele verbruik, zolang je binnen bluetooth bereik bent. Dit maakt het makkelijker om op tijd te zien of een van de vier onderdelen niet naar behoren werkt, voordat dit leidt tot een lege accu aan boord.

     

    Stroom aan boord op orde

    Met de accu als basis, de acculader en het zonnepaneel als aanvulling, en de omvormer als schakel naar 230V, regel je de stroom aan boord op een manier die meegaat met langere tochten en langere periodes voor anker. Elk onderdeel van je boot elektra vraagt om de juiste aansluitvolgorde en het juiste vermogen, zoals hierboven per onderdeel beschreven.

    Twijfel je over de juiste Victron acculader, omvormer of MPPT-regelaar voor jouw boot? AB Marine Service is gespecialiseerd in boot elektra en heeft een ruim assortiment Victron producten op voorraad, van accu’s en laders tot complete laadsystemen. Onze specialisten bieden deskundig advies op maat, afgestemd op jouw vaartuig en vaargedrag, en helpen je graag bij het oplossen van problemen zoals een lege accu of een verkeerd aangesloten omvormer. Neem gerust contact met ons op voor een offerte of persoonlijk advies.

     

    In welke volgorde sluit je alles aan?

    Begin bij de accu, sluit daarna de acculader aan, vervolgens de omvormer, en configureer de MPPT-regelaar als laatste met eerst de accu-aansluiting en dan pas het zonnepaneel.

    Wat gebeurt er bij verkeerd aansluiten van de polariteit?

    Verkeerd aansluiten van plus en min veroorzaakt kortsluiting en kan zowel de accu als aangesloten apparatuur onherstelbaar beschadigen, controleer de polariteit daarom altijd met een multimeter voordat je kabels vastzet.

    Hoeveel vermogen heb je nodig voor je omvormer?

    Tel het vermogen van alle apparaten die je tegelijk gebruikt bij elkaar op en kies een omvormer met voldoende marge boven dat totaal, zodat pieken in verbruik niet direct een overbelasting veroorzaken.

    Welk accutype past bij jouw boot: AGM of lithium?

    Kies een AGM accu als de aanschafprijs zwaarder weegt dan gewicht, of als je in de kou moet laden. Kies lithium als je veel capaciteit wilt gebruiken, gewicht wilt sparen en snel wilt laden. Bij gelijke nominale capaciteit weegt een lithiumaccu ongeveer de helft van een AGM accu. In bruikbare capaciteit per kilo is het verschil nog groter, want van lithium gebruik je bijna alles en van AGM ongeveer de helft.

     

    Dat hangt af van de stroom en de totale kabellengte heen en terug. Reken met maximaal 3 procent spanningsverlies. Een omvormer van 1000 watt op 12V, 2 meter van de accu, heeft een kabel van 25 mm² nodig. De zekering kies je daarna bij de kabeldikte.

    Hoe laad je een startaccu en een serviceaccu tegelijk?

    Met een accuscheider (relais), een diodebrug of een DC/DC-lader tussen beide accu’s. Een relais laadt eerst de startaccu en daarna de serviceaccu. Heb je een lithium serviceaccu, gebruik dan een DC/DC-lader, want die beschermt de dynamo en laadt met het juiste profiel.

    Geplaatst op — Geef een reactie

    Walstroom aansluiten op je boot: dit heb je nodig en zo doe je het

    Je ligt aan de wal, bij de steiger of op de kade, de motor staat uit, maar de koelkast, acculader en verlichting aan boord vragen gewoon om stroom. Walstroom lost dat op: je sluit je boot aan op het elektriciteitsnet van de haven en gebruikt 230V elektriciteit en stroom zonder je accu’s leeg te trekken, en zonder extra uitstoot van een draaiende motor of generator, en dus ook zonder extra uitstoot tijdens het opladen. In deze blog lees je alles over een walstroom aansluiting op je boot: welke onderdelen je nodig hebt voor een veilige walstroom aansluiting, hoe je walstroom stap voor stap veilig aansluit en kunt gebruiken, welke fouten je beter kunt vermijden, en waar je op moet letten om galvanische corrosie en kortsluiting te voorkomen.

    Wat is walstroom en waarom gebruik je het?

    Waarom walstroom voor veel booteigenaren een slimme stroomoplossing is, zit hem in het gemak: walstroom is elektriciteit, namelijk 230V wisselstroom, die via de havenpaal of steiger naar je boot of schip loopt, in plaats van stroom uit je eigen accu’s te halen. Waarom walstroom dan niet overal hetzelfde aanvoelt, komt doordat elke haven een eigen aansluitpunt en eigen stroomvoorziening heeft. In het kort:

    • 16A-aansluiting. Een gemiddelde Nederlandse jachthaven levert 16A, wat neerkomt op 3,7kW maximale vermogen en capaciteit.
    • 32A-aansluiting. Grotere jachthavens bieden soms ook 32A (7,4kW) voor boten met een hoger stroomverbruik.
    • Voordeel voor je accu’s. Je kunt de motor, dynamo en generator uitzetten zodra je aangemeerd ligt, en toch je koelkast, acculader en verlichting blijven gebruiken; je dynamo hoeft dan niet extra te draaien om je accu’s bij te laden.
    • Typisch stroomverbruik. Een koelkast (circa 100W), een acculader (500 tot 700W) en verlichting samen blijven ruim onder de 3,7kW van een 16A-aansluiting.

    Zonder walstroom moet je die apparaten laten draaien op je scheepsaccu’s, die dan sneller leegraken.

    Welke stekker en aansluiting gebruik je in de haven?

    De meeste Nederlandse havens gebruiken een blauwe CEE-stekker voor de walstroom aansluiting van 16A. Dit is de industriële stekker volgens de CEE-norm (IEC 60309). De kleur vertelt je de spanning: blauw is 230V, rood is 400V krachtstroom. De stroomsterkte zie je aan de maat, want een 32A-stekker is groter dan een 16A-stekker en past er niet in. De blauwe walstroomstekker heeft drie pennen: fase, nul en aarde. Heeft jouw haven ook een 32A-optie, vraag dan bij de havenmeester na welke cee stekkers en welk walstroom stopcontact daarbij hoort, want dit verschilt per haven. Sommige havens werken met een vast aansluitschema per vak, waarbij het type stopcontact al vaststaat voordat je aanmeert; op zo’n aansluitschema zie je precies welke walstroom stekker bij welk vak hoort en welke cee stekkers daar aanwezig zijn.

    Walstroom versus je scheepsaccu’s

    Zonder walstroom put je apparaten aan boord energie uit je scheepsaccu’s, die je vervolgens weer moet accu opladen via de motor, een generator of zonnepanelen. Walstroom gebruiken voorkomt die cyclus zolang je aangemeerd ligt, waardoor je accu’s minder belast worden, sneller opladen en langer meegaan. Zo blijft de verbinding tussen wal en boot de belangrijkste bron van stroom, in plaats van je eigen accucapaciteit.

    Wat heb je nodig om walstroom aan te sluiten?

    Voor een complete en veilige installatie heb je vijf onderdelen nodig, die je alleen samen een werkend systeem laten vormen voor een goed werkende walstroom installatie. Hieronder lees je per onderdeel waar je op moet letten.

    Walstroomkabel

    Deze kabel verbindt de havenpaal met de aansluiting op je boot. Kies een kabel die specifiek voor walstroom is gemaakt, bij voorkeur met een neopreen buitenmantel: die is bestand tegen buitenweer en vochtige omstandigheden, in tegenstelling tot een gewone verlengkabel. Een kabel met neopreen buitenmantel blijft ook bij kou soepel, terwijl een pvc-kabel dan sneller stijf en breekbaar wordt. Let bij aanschaf op de kerndikte (minimaal 2,5mm² bij 16A) en op een lengte die past bij de afstand tot de havenpaal; walstroomkabels zijn verkrijgbaar in verschillende lengtes.

    CEE-inlet (walaansluiting)

    Dit is het walstroom stopcontact aan boord waar je de walstroomkabel op aansluit. De inlet monteer je vast op de romp of in de kuip van je boot; monteren kun je zelf doen of laten doen door een installateur. In ons assortiment vind je bijvoorbeeld een CEE inbouw walaansluiting van 16A met draaiklep. De klep sluit het aansluitpunt af tegen regen en spatwater zolang er geen kabel in zit. Inlets zijn er als inbouw- en opbouwmodel, in kunststof en rvs. Let op bij merksystemen zoals Ratio en Marinco: hun aangegoten stekkers passen alleen op een inlet van hetzelfde merk.

    Zorg dat elk stopcontact aan boord dat je via walstroom voedt, is aangesloten achter de aardlekschakelaar.

    Acculader

    Een acculader zoals uit ons Victron Accu Laders-assortiment zet de walstroom om naar de juiste spanning om je scheepsaccu’s op te laden, terwijl je tegelijk 230V-apparatuur aan boord kunt gebruiken. Een acculader heeft geen omvormer nodig. Een omvormer is een aparte keuze: die heb je alleen als je onderweg, zonder walstroom, 230V-apparaten op je accu’s wilt laten draaien. Wil je allebei, dan is een lader en omvormer in één apparaat praktisch. De Victron Blue Smart-laders zijn via Bluetooth uit te lezen met de VictronConnect-app, zodat je op je telefoon ziet hoe je accu’s ervoor staan. Hoe lader, omvormer en accu’s samen worden aangesloten, lees je in onze blog over boot elektra aansluiten.

    Aardlekschakelaar

    Deze schakelaar detecteert lekstroom en onderbreekt de stroomtoevoer zodra er een storing optreedt. Aan boord kies je een aardlekschakelaar van 30 mA die dubbelpolig schakelt, dus zowel de fase als de nul onderbreekt. Walstroom is gewoon 230V, net als thuis. Het verschil is de omgeving: vocht, een romp die stroom kan geleiden en water rondom maken een lekstroom sneller gevaarlijk. De aardlekschakelaar schakelt uit zodra de lekstroom een vastgestelde waarde overschrijdt, waardoor de installatie spanningsloos wordt en de verbinding met het elektriciteitsnet van de haven direct wordt verbroken. Kies een aardlekschakelaar die qua stroomsterkte past bij je havenaansluiting (16A of 32A) en test deze bij elke aansluiting opnieuw. Ook de walstroomkast op de steiger hoort een eigen aardlekschakelaar te hebben, maar vertrouw daar niet op alleen.

    Naast de aardlekschakelaar zet je meestal ook een of meerdere zekeringen in, elk met een eigen rol:

    • Hoofdzekering aan boord. Kies een lagere waarde dan de hoofdzekering van de haven: deze zekering onderbreekt de stroomkring bij overbelasting of kortsluiting, voordat dit tot schade aan je installatie leidt.
    • Zekering bij de acculader. Een tweede zekering dicht bij de acculader beschermt dat onderdeel nog eens extra tegen overbelasting.
    • Zekering bij het stopcontact. Een derde zekering bij het walstroom stopcontact voorkomt dat een lokale stroomkring overbelast raakt.

    De juiste waarde van elke zekering staat meestal vermeld op de verpakking of in de handleiding.

    Scheidingstransformator (optioneel, maar aan te raden)

    Dit onderdeel isoleert het elektrisch systeem van je boot van de walstroombron, wat galvanische corrosie tussen boten in de haven voorkomt. Een lichter alternatief is een galvanische isolator, die kleine lekspanningen blokkeert zonder de volledige elektrische isolatie van een scheidingstransformator te bieden. Een scheidingstransformator of galvanische isolator is vooral relevant als je regelmatig in dezelfde haven ligt tussen andere boten met walstroom.

    Voor de walstroomkabel, kabelschoenen en overige kabel installatie-onderdelen, en voor het bredere Bootelektra-assortiment, vind je een compleet overzicht van producten in de webshop van AB Marine Service. Twijfel je tussen twee vergelijkbare producten, dan helpen we je graag kiezen welke producten het beste passen bij jouw walstroominstallatie.

    Stappenplan: zo sluit je walstroom veilig aan

    Volg deze acht stappen in de juiste volgorde om walstroom veilig op je boot aan te sluiten.

    Voordat je aansluit

    1. Zet de walstroomgroep aan boord uit met de hoofdschakelaar. Zo staat er geen spanning op de groepen als je straks insteekt.
    2. Zet de schakelaar of automaat van de walstroomkast op de steiger uit, als de haven die heeft. Steek nooit in een spanningvoerende kast.
    3. Controleer de walstroomkabel op beschadigingen. Een kabel met scheuren, blootliggende draden of een beschadigde walstroom stekker vervang je voordat je verder gaat.

    Tijdens het aansluiten

    1. Sluit de kabel eerst aan op de walaansluiting van je boot. Zo houd je het spanningvoerende deel altijd aan de walkant en heb je nooit een levend kabeleinde in je hand boven het water.
    2. Sluit daarna het andere uiteinde aan op de havenpaal en controleer of de stekker goed vastklikt. Hang de kabel zo dat er een lus naar beneden zit voor de walaansluiting, zodat regenwater van de kabel druppelt in plaats van in je inlet loopt.
    3. Zet de walstroomkast op de steiger aan en daarna de hoofdschakelaar aan boord.

    Na het aansluiten

    1. Test de aardlekschakelaar met de testknop. De schakelaar moet direct uitschakelen; gebeurt dat niet, dan is de aardlekschakelaar defect en mag je niet verder gaan.
    2. Controleer of je acculader en 230V-apparatuur normaal functioneren. Blijf de eerste minuten in de buurt om vreemde geluiden, geuren of warmteontwikkeling op te merken.

    Bij het loskoppelen doorloop je dezelfde stappen in omgekeerde volgorde: eerst de hoofdschakelaar aan boord uit, dan de walstroomkast uit, dan de stekker uit de havenpaal en als laatste de stekker uit de boot.

    Veiligheid en galvanische corrosie: waar moet je op letten?

    Welke aardlekbeveiliging verplicht is, en welke je zelf regelt

    De norm voor elektrische installaties in jachthavens, NEN 1010 deel 7-709, schrijft voor dat elke contactdoos op de steiger een eigen aardlekschakelaar van maximaal 30 mA en een eigen overstroombeveiliging heeft. Of die beveiliging werkt, zie je vanaf de steiger niet, en in het buitenland weet je niet wat er in de paal zit. Heb je een scheidingstransformator, dan ziet de aardlekschakelaar in de paal een fout aan boord helemaal niet meer. Voor de installatie aan boord van pleziervaartuigen tot 24 meter geldt NEN-EN-ISO 13297. Reken dus niet blind op de beveiliging in de paal, en zet direct achter je walaansluiting je eigen aardlekschakelaar. Twijfel je of jouw installatie aan de norm voldoet, laat dat dan nakijken door een installateur.

    Wat galvanische corrosie is en hoe het ontstaat

    Naast schokgevaar speelt galvanische corrosie een rol zodra je boot via walstroom geaard wordt. Je boot krijgt dan een elektrische verbinding met andere boten in de haven via de gedeelde aarding van het walstroomnet. Verschillen in metaalpotentiaal tussen die boten tasten het minst edele metaal aan: de schroef, de schroefas, de saildrive en andere metalen delen onder water. Dat gebeurt in zoet water ook, alleen langzamer dan in zout water. Het eerste wat je merkt, is dat je anodes sneller opraken dan je gewend bent.

    Wanneer heb je een scheidingstransformator nodig?

    Een scheidingstransformator geeft je boot een eigen, geïsoleerd elektrisch circuit: je hebt nog steeds aarding, maar geen directe verbinding meer met andere boten via het havennet. Lig je vooral aan de wal op je eigen, vaste ligplaats tussen andere boten met walstroom, dan is een scheidingstransformator een verstandige investering. Ben je onzeker of dit voor jouw situatie nodig is, vraag dan advies aan een installateur die de situatie van je haven en boot kent.

    Welke walstroomkabel en aansluiting passen bij jouw boot?

    De juiste kabeldikte en lengte hangen af van de stroomsterkte van je havenaansluiting en de afstand tussen havenpaal en boot. Let bij de keuze op deze drie punten:

    • Kabeldikte. Bij een 16A-aansluiting is een kabel van minimaal 2,5mm² per ader gangbaar; bij 32A heb je een dikkere kabel nodig om oververhitting te voorkomen.
    • Kabellengte. Kies de lengte op basis van de afstand tot de havenpaal of kade, met wat extra lengte zodat de kabel nooit strak staat bij deining of getij; walstroomkabels zijn verkrijgbaar in verschillende lengtes, van korte kabels voor een vaste ligplaats tot lange kabels voor wisselende havens.
    • Opslag tijdens gebruik. Een te korte kabel trekt bij beweging van je boot los of raakt beschadigd, terwijl een te lange kabel juist lastig op te bergen is en sneller in het water hangt. Rol een te lange kabel tijdens gebruik helemaal af. Op een haspel of in een strakke rol kan de kabel zijn warmte niet kwijt, en bij een zware verbruiker zoals een kachel of boiler wordt hij dan heet.

    Veelgemaakte fouten bij het aansluiten van walstroom

    Een aantal fouten zien we vaak terugkomen bij het aansluiten van walstroom, en die zijn met een beetje voorbereiding eenvoudig te voorkomen.

    • Een gewone verlengkabel gebruiken in plaats van een walstroomkabel. Een verlengkabel is niet gemaakt voor buitengebruik in een vochtige, zoute omgeving en mist de stevige aansluitingen van een walstroomkabel.
    • De aardlekschakelaar overslaan of niet testen. Zonder een geteste aardlekschakelaar merk je een lekstroom pas op het moment dat het al gevaarlijke situaties oplevert.
    • Te veel apparaten tegelijk aansluiten op een 16A-aansluiting. Een boiler en airco samen met je acculader kunnen de 3,7kW van een 16A-aansluiting al snel overschrijden, waardoor de hoofdautomaat of de zekering van de haven afslaat.
    • Geen rekening houden met galvanische corrosie. Boten die jarenlang zonder scheidingstransformator of galvanische isolator op walstroom liggen, lopen een grotere kans op corrosieschade aan metalen onderdelen onder water.

    Sluit veilig en met de juiste onderdelen aan op walstroom

    Met de juiste walstroomkabel, een werkende aardlekschakelaar en, afhankelijk van je situatie, een scheidingstransformator zorg je voor een veilige walstroomaansluiting op het walstroomnet van de haven of kade. Bekijk het Bootelektra-assortiment en het Victron Energy-assortiment van AB Marine Service voor walstroomkabels, aansluitingen en acculaders die passen bij jouw walstroom boot-situatie en bij elk schip dat regelmatig op walstroom ligt. Meer achtergrond over bootelektra vind je op de Techniek Blog. Heb je vragen over welke onderdelen bij jouw situatie passen? Neem gerust contact met ons op, of stuur ons een bericht via WhatsApp.

    Wat moet ik doen als mijn aardlekschakelaar steeds uitschakelt?

    Reset de aardlekschakelaar niet zomaar opnieuw zonder de oorzaak te controleren. Schakel alle apparaten aan boord uit, reset de aardlekschakelaar, en zet daarna apparaat voor apparaat weer aan tot je merkt welk apparaat de storing veroorzaakt, zodat je de rest weer veilig kunt gebruiken.

    Hoe vaak moet ik mijn walstroomkabel en aansluiting controleren?

    Controleer de walstroomkabel, stekker en inlet minimaal bij het begin van elk vaarseizoen op scheuren, corrosie of losse verbindingen. Vaar je veel of ligt je boot lange tijd op walstroom, dan is een tussentijdse controle halverwege het seizoen verstandig. Hoor je bij de acculader een zoemend geluid dat er eerder niet was, controleer dan de aansluiting en de belasting van het circuit.

    Waarom werkt mijn walstroom stopcontact aan boord soms niet?

    Een walstroom stopcontact dat geen spanning doorgeeft, wijst meestal op een uitgeschakelde aardlekschakelaar, een losse stekker bij de havenpaal of een defecte stopcontact-aansluiting aan boord. Controleer eerst de aardlekschakelaar en de stekker-verbindingen voordat je verder zoekt naar de oorzaak.

    Wat doe ik als de automaat in de havenpaal steeds afslaat?

    Slaat de paal af na een tijdje, dan vraag je meer stroom dan hij levert. De meeste palen zijn met 16A beveiligd, sommige lager; de havenmeester weet wat er bij jouw ligplaats zit. Zet een kachel, boiler en airco niet tegelijk aan. Heb je een scheidingstransformator zonder softstart, dan kan ook de inschakelpiek de automaat laten afslaan. Slaat de paal direct af bij het insteken, dan wijst dat eerder op een lekstroom aan boord. Volg dan de stappen bij de vraag over de aardlekschakelaar hierboven.

    Geplaatst op — Geef een reactie

    Boegschroef werkt niet meer: dit zijn de oorzaken en wat je zelf kunt doen

    Je staat klaar om de haven uit te varen, geeft een commando aan de boegschroef, en er gebeurt niets. Of je hoort een klik, maar de schroef draait niet. Voor schippers is dit een frustrerende situatie, zeker als je de boegschroef nodig hebt om af te meren langs een drukke steiger of bij een lastige stroompassage.

    De meeste boegschroefproblemen zijn elektrisch van aard. In veel gevallen kun je zelf de oorzaak opsporen en het probleem oplossen met een eenvoudig onderdeel. Regelmatig onderhoud aan de aansluitingen en bedrading voorkomt de meeste storingen al. In dit artikel lopen we de meest voorkomende oorzaken stap voor stap langs, vertellen we wat je zelf veilig kunt doen en wanneer je beter een expert inschakelt.

    OorzaakZelf te doen?Wat je checkt
    Zwakke accuJaSpanning meten onder belasting
    Doorgeslagen zekeringJaVervang met dezelfde ampèrewaarde
    Defect relaisSomsKlikgeluid bij testen
    Vastgelopen propellerJaControleer op vervuiling of lijnen
    Defecte elektromotorNeeLaat een monteur dit nakijken

    Eerst uitsluiten: stroom, bediening en veiligheid

    Voordat je gaat sleutelen, loont het om de basics snel uit te sluiten, bijvoorbeeld door de boegschroef kort uit en weer in te schakelen, ofwel te resetten. Veel boegschroefproblemen beginnen bij de stroomvoorziening of een simpele onderbreking in de bediening. Een korte inspectie van de verbindingen en de bediening kost je een paar minuten en voorkomt dat je onnodig complexere onderdelen gaat controleren.

    Snelle checklist:

    •   Hoofdschakelaar: staat die aan? Een uitgeschakelde hoofdschakelaar is vaker de oorzaak dan je denkt.

    •   Accuspanning: meet de spanning in rust (12V systeem: minimaal 12,4V). Daalt de spanning onder belasting onder de 10V zodra je de boegschroef bedient, dan is er sprake van een spanningsval en levert de accu onvoldoende stroom.

    •   Kabels en verbindingen visueel controleren: kijk of aansluitingen op de accu stevig vastzitten en of er corrosie (wit of groen poeder) op de klemmen zit. Vocht in de aansluitingen verhoogt de weerstand en kan storingen veroorzaken. Twijfel je aan je bootelektra in het algemeen, lees dan ook Boot elektra aansluiten.

    •   Zekering of zekeringautomaat: volg de dikke kabels vanuit de accu naar de boegschroef, want de hoofdzekering zit vaak verborgen om een hoek of achter een paneel.

    •   Bediening en schakelaar: werkt de boegschroef wel via een andere bedienpositie (stuurhut vs. achterdek)? Dan zit het probleem in het bedieningspaneel of de bedrading van die specifieke schakelaar. Heeft je bedieningspaneel een display of lampje, check dan ook of er een foutcode wordt getoond.

    Veiligheid eerst: werk altijd spanningsvrij waar mogelijk. Leg geen gereedschap op de accupolen en stop direct als je kabels warm voelt worden of brandlucht ruikt. Dit zijn tekenen van overbelasting of kortsluiting die je niet zelf moet oplossen.

    De meest voorkomende oorzaken en wat je zelf kunt doen

    Veel boegschroeven geven een storing aan via het bedieningspaneel, bijvoorbeeld met een knipperend lampje of een foutcode. Herken je zo’n signaal, zoek dan eerst op in de handleiding van jouw merk wat het betekent voordat je verder zoekt naar de oorzaak.

    Heb je de basics uitgesloten en reageer de boegschroef nog steeds niet? Dan is het tijd om de meest voorkomende oorzaken systematisch te controleren. Per oorzaak vind je: het symptoom, een snelle test, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet stoppen.

    1. Zwakke of lege accu

    Een boegschroef die niet meer reageert, wordt het vaakst veroorzaakt door een te zwakke accu die onder belasting wegzakt. Symptoom: de boegschroef reageer traag, valt na een paar keer bedienen uit, of je hoort een snel herhaald klikken van het relais. Dit laatste signaal wijst op een spanningsval door zware belasting: een boegschroef trekt bij gebruik al snel 200 tot 400 ampere. Deze waarden gelden voor de meeste 12V-boegschroeven. Heb je een groter model of een 24V-systeem, check dan het typeplaatje van jouw eigen boegschroef voor de exacte waarden. Als de accu onvoldoende capaciteit heeft of intern beschadigd is, zakt de spanning onder die belasting weg, valt het relais af en trekt het opnieuw aan.

    Snelle test: meet de accuspanning terwijl je de boegschroef bedient. Zakt de spanning op een 12V systeem onder de 10V, dan is de accu te zwak voor deze belasting.

    •   Wat je zelf kunt doen: accuklemmen schoonmaken en goed vastdraaien, de accu volledig opladen en opnieuw meten.

    •   Wanneer stoppen: als de spanning ook na opladen sterk inzakt, is de accu aan het einde van zijn levensduur en moet je hem vervangen.

    2. Doorgeslagen zekering

    Symptoom: helemaal geen reactie, geen klik, niets. De stroom wordt al voor het relais onderbroken en de boegschroef wordt niet geschakeld.

    Snelle test: volg de dikke kabels vanuit de accu en zoek de hoofdzekering. Bij een smeltlintpatroon zie je direct of het lintje gebroken is.

    •   Wat je zelf kunt doen: de zekering vervangen met dezelfde waarde. Gebruik nooit een hogere waarde, want de zekering beschermt de bedrading en het systeem tegen overbelasting.

    •   Wanneer stoppen: als de nieuwe zekering er direct weer uitslaat, zit er een onderliggend probleem (kortsluiting, vastgelopen motor). Zoek dan eerst de oorzaak.

    3. Defect relais of contactor

    Symptoom: je hoort een klik bij bediening, maar de boegschroef draait niet. Of je hoort helemaal niets, terwijl de accu en zekering in orde zijn. Het relais is het schakelcomponent dat via een kleine stuurstroom de hoofdstroom naar de boegschroefmotor inschakelt. Zodra het relais defect is, worden de motoraansluitingen niet meer geschakeld en blijft de boegschroef hangen op niets.

    Snelle test: controleer of de aansluitingen op het relais stevig vastzitten en goed verbonden zijn. Kijk of er zichtbare verbranding of smeltvlekken op de contacten zijn. Een relais dat klik maakt maar de motor niet aandrijft, is vrijwel altijd aan vervanging toe.

    •   Wat je zelf kunt doen: het relais vervangen. Noteer voor je bestelt: de bedrijfsspanning (12V of 24V), de maximale stroomsterkte op het typeplaatje en maak een foto van de aansluitingen.

    •   Wanneer stoppen: als je twijfelt over het aansluitschema of als er meerdere relais in het systeem zitten die je niet herkent.

    4. Vastgelopen of beschadigde propeller

    Symptoom: je hoort een brommend of zoemend geluid, er zijn trillingen voelbaar, maar de propeller draait niet. Of de zekering slaat er direct uit zodra je de boegschroef bedient. Dit wijst op een mechanische blokkade: de propeller is geblokkeerd en kan de beweging niet overbrengen.

    Snelle test: kijk visueel in de boegschroeftunnel of er touw, plastic, of ander drijfvuil in de schroef is terechtgekomen.

    •   Wat je zelf kunt doen: de blokkade verwijderen, maar alleen als je veilig bij de tunnel kunt en de boegschroef spanningsvrij is gemaakt. Probeer de propeller ook niet handmatig in een richting te forceren.

    •   Wanneer stoppen: als je niets ziet maar het probleem blijft, of als je slijtage of schade aan de propellerbladen vermoedt.

    5. Defecte elektromotor

    Symptoom: geen enkele reactie (ook geen klik), de elektromotor wordt warm bij bediening, er is sprake van rookontwikkeling of brandlucht, of de zekering slaat er steeds opnieuw uit na vervanging.

    Een veelvoorkomende interne oorzaak bij oudere boegschroeven zijn versleten koolborstels. Koolborstels zijn de slijtdelen in de elektromotor die elektrisch contact maken met de collector. Als koolborstels te ver zijn versleten of blijven hangen in de houder, maakt de motor geen goed contact meer en stopt hij met draaien. Een regelmatige inspectie van de koolborstels voorkomt onverwachte uitval: controleer of ze vrij bewegen in de borstelhouder en of de minimale lengte uit de handleiding nog niet bereikt is. Vervang koolborstels altijd als een complete set.

    Andere oorzaken van een defecte elektromotor zijn vocht in de motorbehuizing (door een beschadigde afdichting of roest in de boegschroeftunnel), slijtage door jarenlang intensief gebruik en een versleten zinkanode, die niet meer beschermt tegen galvanische corrosie van metalen onderdelen in de tunnel. De levensduur van een elektromotor hangt sterk af van het onderhoud aan het schip en het gebruik onder zware belasting.

    Wanneer zelf vervangen slim is en wanneer je beter hulp inschakelt

    De meeste boegschroefproblemen lossen zich op met een klein onderdeel: een nieuwe zekering, een schone accuklem of een vervangen relais. Die drie stappen kun je als schipper prima zelf uitvoeren, mits je rustig te werk gaat en de stroomkring spanningsvrij maakt. Meer slijtage-gerelateerde onderdelen zoals koolborstels vergen iets meer kennis, maar zijn met de juiste handleiding ook zelf te wisselen.

    Schakel een monteur in als:

    •   Een nieuwe zekering er direct weer uitslaat, ook na het verwijderen van een mechanische blokkade.

    •   Er roest of vocht zichtbaar is in de boegschroeftunnel of op de motorbehuizing, wat kan wijzen op structurele slijtage die de levensduur van het systeem aantast.

    •   Je gesmolten kabelisolatie ziet of brandlucht ruikt die je niet kunt verklaren.

    •   Je de bedrading niet herkent of het aansluitschema van het relais niet kunt traceren.

    •   De elektromotor heet wordt zonder te draaien, wat kan wijzen op een interne kortsluiting (motorsluiting).

    Zo bestel je het juiste onderdeel zonder fouten:

    •   Noteer de spanning van je boegschroefsysteem: 12V of 24V.

    •   Zoek het typeplaatje op de boegschroef of het relais en noteer het modelnummer en de maximale stroomsterkte.

    •   Maak foto’s van de aansluitingen voordat je iets losschroeft.

    •   Twijfel je? Stuur de foto en het modelnummer via WhatsApp naar AB Marine voor advies.

    Veelgestelde vragen

    Waarom klikt mijn boegschroef alleen maar?
    Dat wijst meestal op een te zwakke accu of een slecht contact bij de zekering. Meet eerst de spanning onder belasting.

    Kan ik zelf een zekering vervangen?
    Ja, zolang je een zekering met dezelfde ampèrewaarde gebruikt als de oude.

    Wanneer bel ik beter direct een monteur?
    Zodra de motor helemaal niet meer draait, of je vonken of een brandlucht ruikt.

    Bekijk het volledige aanbod aan boegschroef onderdelen in de categorie boegschroef onderdelen van ab-marineservice.com, van relais en contactors tot zekeringen, accuschakelaars en kabelmateriaal. Weet je niet zeker welk onderdeel je nodig hebt? We helpen je graag verder via WhatsApp of e-mail.

    Geplaatst op — Geef een reactie

    Motor flushen: het inwendige oliesysteem van je motor reinigen

    Als je een scheepsdiesel hebt, weet je: onderhoud bepaalt niet alleen hoe soepel de motor loopt, maar ook hoe betrouwbaar de motor blijft. Toch zien we bij booteigenaren (bijvoorbeeld met een Volvo Penta) dat één onderhoudsstap regelmatig wordt overgeslagen of wat vaag blijft: het flushen van de motor.

    Vooral bij oudere motoren, bij twijfel over de onderhoudshistorie, of als de motor veel stationair draait, kan flushen helpen om vervuiling en afzettingen in het oliesysteem los te maken. In deze blog leggen we uit wat motor flushen is, wanneer je het wel of juist niet doet, en wat je ongeveer kwijt bent.

    Wat is het flushen van een motor?

    Motor flushen is het reinigen van het inwendige oliesysteem. Je voegt een speciaal reinigingsmiddel toe aan de oude motorolie, laat de motor daarna kort draaien volgens de instructies van het product en tapt vervolgens de olie af. Het doel is om sludge en opgehoopte afzettingen los te maken uit het carter en de oliekanalen, zodat die vervuiling met de oude olie mee naar buiten komt. Daarna vervang je het oliefilter en vul je nieuwe olie.

    Bij scheepsdiesels zie je soms lakafzetting (varnish): een dunne, kleverige aanslag die goud- tot bruinachtig kan kleuren. Dat ontstaat niet alleen als een motor te weinig op temperatuur komt, maar ook door lange verversingsintervallen, veel stationair draaien/laagbelast varen, lange stilstand en vervuiling (zoals water of een beetje diesel in de olie). Deze aanslag kan de smering verslechteren en ervoor zorgen dat onderdelen minder soepel bewegen. Bij zware vervuiling (sludge) kan er zelfs kans zijn dat er oliekanalen of een zeefje deels dicht gaan zitten, daarom is flushen iets wat je bewust en netjes uitvoert.

    Wanneer is het verstandig om een motor te flushen?

    Je hoeft je motor niet bij elke onderhoudsbeurt te flushen. In een aantal gevallen heeft het echter wel duidelijke voordelen. We zetten die gevallen op een rij.

    Als de motor weinig draait

    Scheepsmotoren die weinig draaien hebben vaak baat bij een flush. Ze komen namelijk niet vaak op temperatuur en de stilstaande olie veroudert. Dit kan leiden tot vervuiling, (gedeeltelijke) verstopping en de vorming van zuren en ‘black sludge’ in het carter. Een flush kan dit verminderen.

    Als de motor veel stationair draait

    Ook als de motor vooral stationair draait, komt de boel niet altijd op een optimale temperatuur. Dit bevordert oxidatie van de motorolie en lakafzetting. Dit heeft dus invloed op de smering en de werking van de olie. Bij zware vervuiling kan het zelfs oliekanalen (deels) verstoppen.

    Als de motor directe koeling heeft

    Bij direct gekoelde dieselmotoren is het zo dat ze vaak koeler draaien dan gesloten systemen. Dit geeft vervuiling en de vorming van ‘black sludge’ meer kans. Bij direct gekoelde motoren kan het dus verstandig zijn om iets vaker te flushen, zeker als de motor veel op lage belasting draait of de onderhoudshistorie niet duidelijk is.

    Als de onderhoudshistorie onbekend is

    Misschien heb je een boot gekocht met een onduidelijke geschiedenis als het gaat om onderhoud. Het kan dan zijn dat de olie niet altijd tijdig is ververst. Een flush verkleint het risico op verborgen vervuiling in het blok en zorgt voor een frisse start.

    Als er sprake is van oude motorolie

    Als motorolie te lang in het blok blijft zitten, verliest het de smerende en reinigende eigenschappen. Additieven raken uitgewerkt, vuil kan zich ophopen en er kunnen zich zuren gaan vormen. Dit zorgt voor meer slijtage aan onderdelen als de lagers.

    Mocht je meer twijfels hebben over de staat van de motor, dan kan het ook handig zijn om een stappenplan te doorlopen voor het reinigen van een dieselmotor. Ook in het geval van een rokende dieselmotor zijn er oplossingen mogelijk.

    Op welke manieren kun je een motor flushen?

    Een motor flushen kan op verschillende manieren. Afhankelijk van de mate van afzetting kan je kiezen voor het gebruiken van een reinigingsmiddel, het spoelen met een gewone spoelolie of het spoelen met een nog krachtigere spoelolie. We behandelen deze drie opties.

    Oil System Flush toevoegen aan gebruikte olie

    De meest gekozen en voordeligste manier om je motor te flushen is met een reinigingsmiddel dat je vlak voor het aftappen aan de warme olie toevoegt. Twee goede opties zijn Oil System Flush en Oil Flow Renovator van Innotec.

    Beide middelen vermengen zich met de oude olie en maken vervuiling, lakafzettingen en ‘black sludge’ los, zodat deze met de afgetapte olie mee naar buiten gaan. Oil Flow Renovator van Innotec is een 300 ml fles die je ongeveer 15 minuten voor het aftappen toevoegt aan de warme, stationair draaiende motor. De actieve bestanddelen kapselen koolafzettingen, bezinksel en slijtagedeeltjes in. Het middel is ook geschikt voor motoren met tikkende hydraulische klepstoters en pakt vervuiling aan op plekken zoals onder het kleppendeksel, op de cilinderkop en in de oliekanalen. Oil System Flush werkt doorgaans binnen 5 tot 15 minuten. Beide producten zijn geschikt voor benzine, LPG en dieselmotoren met of zonder turbo en zijn niet schadelijk voor roetfilters of katalysatoren.

    Een reinigingsmiddel is een goede keuze bij een reguliere oliewissel en bij lichte tot normale vervuiling. Daarna ververs je de olie en het filter, zodat het systeem weer met schone olie draait. Tip: vul de nieuwe olie aan met Engine Oil Plus voor extra bescherming en optimalisatie .

    Na het flushen: optimaliseer de motor met Engine Oil Plus

    Welke flush methode je ook kiest, je kunt het resultaat versterken door Engine Oil Plus van Innotec toe te voegen aan de nieuwe motorolie. Dit additief is speciaal ontwikkeld voor gebruik na een flush behandeling.

    Engine Oil Plus herstelt de elasticiteit van rubberen afdichtingen zoals de voorste en achterste krukaskeerring en de klepseals. Die zijn na jaren contact met verouderde olie vaak hard geworden en dichten minder goed af. Daarnaast legt het additief een glijcoating van nanodeeltjes neer in het oliesysteem, waardoor bewegende delen soepeler lopen en de motor minder geluid maakt. Ook olieverbruik en blow by langs de compressieveren nemen af.

    Het middel is geschikt voor benzine, LPG en dieselmotoren met of zonder turbo en niet schadelijk voor roetfilters of katalysatoren. Een fles van 300 ml kost ongeveer 22 euro.

    Stappenplan voor het gebruik van Oil System Flush

    Volg altijd de instructies op de verpakking en overschrijd de aanbevolen draaitijd niet.

    1. Laat de motor warm draaien.
    2. Zet de motor uit.
    3. Voeg Oil System Flush toe aan de olie.
    4. Laat de motor stationair draaien.
    5. Zet de motor uit.
    6. Tap de warme, oude olie af.
    7. Vervang het oliefilter.
    8. Vul de motor met verse olie.

    Spoelen met Flushing Oil bij inwendig vervuilde motoren

    Als er sprake is van inwendige vervuiling, dan is het verstandig om een stap verder te gaan. Dan raden we Flushing Oil aan. De gunstige viscositeitskeuze, hoogwaardige basisoliën en speciale detergerende en dispergerende additieven maken Flushing Oil uiterst effectief. 

    Flushing Oil bevat additieven tegen slijtage, corrosie en schuimvorming. Het is ook geschikt als de oude motorolie veel condenswater of witte ‘sludge’ bevat. De aanbevolen inwerktijd ligt doorgaans rond de 20 tot 30 minuten bij zowel diesel- als benzinemotoren.

    Flushing Oil is een goede keuze als er sprake is van duidelijke inwendige vervuiling. Het reinigt intensiever dan een reinigingsmiddel dat aan de oude olie wordt toegevoegd. Je kunt het ook gebruiken voordat je overstapt naar een andere of kwalitatief betere olie.

    Stappenplan voor het gebruik van Flushing Oil

    Controleer vooraf of de motor voldoende oliedruk heeft en laat de motor alleen stationair draaien tijdens het spoelen.

    1. Laat de motor warm draaien.
    2. Zet de motor uit.
    3. Tap de warme, oude olie af.
    4. Giet Flushing Oil in de lege motor.
    5. Laat de motor stationair draaien.
    6. Zet de motor uit.
    7. Tap de warme spoelolie af.
    8. Vervang het oliefilter.
    9. Vul de motor met nieuwe motorolie.

    Zware vervuiling? Kies voor Flushing Oil Pro en Neutralizer Oil Pro

    Voor een professionele reinigingsbeurt van sterk vervuilde motoren is het verstandig om voor een grondige aanpak te kiezen met Flushing Oil Pro en Neutralizer Oil Pro. Dankzij de Flushing Oil Pro pak je afzettingen, ‘ black sludge’ en meer aan als nooit tevoren.

    Voor een grondige reiniging van sterk vervuilde motoren kun je kiezen voor Flushing Oil Pro in combinatie met Neutralizer Oil Pro. Flushing Oil Pro is ontwikkeld om zware afzettingen en ‘black sludge’ los te maken bij motoren met ernstige inwendige vervuiling.

    Omdat Flushing Oil Pro nog sterker is dan de gewone Flushing Oil, is het belangrijk om na het gebruik van Flushing Oil Pro ook na te spoelen met Neutralizer Oil Pro. Dit product is speciaal ontwikkeld om eventuele resten van het flushmiddel volledig te verwijderen en de motor schoon te maken.

    Deze combinatie van producten is aan te raden als er sprake is van vervuiling in hoge mate waarbij er al lange tijd geen verversing heeft plaatsgevonden. Olie verversen in combinatie met het spoelproces voorkomt vaak kostbare reparaties.

    Stappenplan voor het gebruik van Flushing Oil Pro en Neutralizer Oil Pro

    1. Laat de motor warm draaien.
    2. Zet de motor uit.
    3. Tap de warme olie af.
    4. Giet Flushing Oil Pro in de lege motor.
    5. Laat de motor stationair draaien.
    6. Zet de motor uit.
    7. Tap de warme spoelolie af.
    8. Vervang het oliefilter.
    9. Giet Neutralizer Oil Pro in de lege motor.
    10. Laat de motor stationair draaien.
    11. Zet de motor uit.
    12. Tap opnieuw af.
    13. Vervang opnieuw het oliefilter.
    14. Vul de motor met nieuwe motorolie.

    Wat kost het flushen van een motor?

    Kies je voor een reinigingsmiddel als Oil System Flush? Hierbij kost een fles van 310ml ongeveer 17 euro. Met een fles kun je doorgaans 4 tot 6 liter aan olie behandelen. Hier kun je de kosten voor nieuwe olie en een nieuw oliefilter aan toevoegen.

    Ga je een stap verder met Flushing Oil? Dan kost een fles van 1 liter ongeveer 14 euro. Voor een professionele reiniging kies je voor Flushing Oil Pro en Neutralizer Oil Pro. Flushing Oil Pro kost ongeveer 80 euro en Neutralizer Oil Pro ongeveer 68 euro.

    Flushen zorgt vrijwel altijd voor aanzienlijke voordelen en betere prestaties als het gaat om olieverbruik. Als je het laat uitvoeren door een professionele monteur, heb je uiteraard ook te maken met de kosten van arbeid.

    Afrekenen met ‘black sludge’? Bestel alles bij AB Marine Service

    Bij een vervuilde motor is flushen nodig. Het zorgt voor een schone motor met betere smering, voorkomt verhoogde slijtage en het zorgt voor een langere levensduur van de motor. Zeker bij motoren die stationair draaien of niet op temperatuur komen is het nodig om ophopingen te verwijderen.

    Wil je ook je motor in optimale conditie houden? Bij ons kun je alles bestellen wat je nodig hebt om deze klus te klaren. Mocht je nog vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. We helpen je graag verder.

    Geplaatst op — Geef een reactie

    Waterpomp Volvo Penta lekt? Zo los je dit probleem op

    Impellerpomp Yanmar 2QM 2YM 3YM 2GM 3GM

    Veel booteigenaren hebben een motor van Volvo Penta. Dat is een uitstekende keuze, maar soms kan de waterpomp gaan lekken. Heb je last van een waterpomp Volvo Penta die lekt? Dan ben je hier aan het juiste adres. Een lekkende waterpomp kan ernstige motorschade veroorzaken als het niet tijdig wordt aangepakt. Zeker als je regelmatig in zout water vaart, kun je op den duur last krijgen van slijtage, vervuiling of een defect in het koelsysteem. In dit artikel leggen we uit hoe deze problemen ontstaan, waar je op moet letten en hoe je alles oplost met onderdelen van A-kwaliteit.

    Veel voorkomende problemen met impellerpompen

    De waterpomp is een cruciaal onderdeel van het koelsysteem van je Volvo Penta-motor. De waterpomp zorgt ervoor dat koelwater door de motor wordt gepompt, zodat deze niet oververhit raakt. In de waterpomp zit een impeller, een waaier met flexibele schoepen van rubber, die het koelwater rondpompt.

    De waterpomp en impeller zijn voortdurend blootgesteld aan water, vuil en schommelingen in temperatuur. Na verloop van tijd kan de waterpomp van een Volvo Penta-motor gaan lekken. Veelvoorkomende oorzaken van lekkage zijn:

    • Slijtage van de asafdichting (seal): De seal, oftewel asafdichting, voorkomt dat water langs de draaiende as de motor in loopt. Bij een verouderde waterpomp, veel varen in zout water of onvoldoende water smering kan de asafdichting slijten. Als de water seal niet snel wordt vervangen, kan de pomp-as gaan corroderen en krijg je water in de motorolie.
    • Verstopte wierfilter of koelwateraanvoer: Een verstopte wierfilter kan verhinderen dat buitenwater de pomp bereikt. Hierdoor draait de impeller zonder voldoende water, wat oververhitting en slijtage veroorzaakt.
    • Corrosie in het pomphuis: Roest en slijtage kunnen ervoor zorgen dat metalen onderdelen van de behuizing vervormen, waardoor O-ringen en pakkingen niet meer goed afsluiten en er via kleine scheurtjes water naar binnen lekt.

    Door deze oorzaken kan de waterpomp gaan lekken en is het belangrijk om tijdig in te grijpen. In de volgende sectie lees je hoe je lekkage kunt herkennen.

    Heeft de pomp niet meer voldoende opbrengst controleer dan eerst de volgende zaken:

    • Versleten impeller: De impeller perst koelwater door de pomp en kan na verloop van tijd verslijten of uitdrogen. Hierdoor kun je lekkage krijgen via de behuizing of het afwateringsgat van de waterpomp.
    • Gebroken impeller: Een schoep kan afbreken of loskomen van een oude impeller. Rubberdeeltjes kunnen in het koelsysteem terechtkomen en slangen, kleppen of waterleidingen blokkeren, wat leidt tot meer slijtage.

     

    Let op deze signalen bij diverse Volvo Penta-motoren

    Een lekkende waterpomp kun je vaak herkennen aan verschillende signalen. Door ze op tijd te herkennen, kun je grotere schade aan je motor voorkomen. Controleer ook altijd of er een stevige straal koelwater uit de uitlaat komt; dit wijst op een goed werkende impeller.

    Vijf waarschuwingen van de motor zijn:

    • Waterdruppels of een plas water bij de pomp: Is er sprake van druppels of zelfs een kleine plas onder de motor? Controleer of er water via het afwateringsgat, de deksel of de afdichting naar buiten komt. Dit verlies van water is vaak het eerste teken van een probleem met de pomp.
    • Ongewone geluiden uit de waterpomp: Als je jankende, schurende of tikkende geluiden hoort, kan dit betekenen dat er een lager versleten is of een as ingelopen is. Dit verhoogt ook de kans op lekkage.
    • Oververhitte motor of waarschuwingslampje: Als de koelwaterstroom afneemt, loopt de motor sneller warm. Je merkt het aan vermogensverlies en misschien gaat er een waarschuwingslampje branden.
    • Vieze geuren door stilstaand water: Bij langdurige lekkage hoopt water zich op rond de motor. Stilstaand koelwater in de bilge kan zorgen voor een onaangename geur.
    • Water in de motorolie: Als de olie romig is en op mayonaise begint te lijken, dan is er water bij gekomen. Dit water kan in het carter terechtkomen, wat de smering vermindert en kan leiden tot ernstige schade aan de motor.

    Als je een van deze signalen herkent, is het belangrijk om snel actie te ondernemen. In het volgende deel lees je hoe je het probleem oplost.

    Oplossingen voor lekkages bij Volvo Penta-motoren

    Lekkage aan de waterpomp van een Volvo Penta-motor wordt vaak veroorzaakt door een defecte seal of een versleten impeller. De seal, oftewel asafdichting, voorkomt dat water langs de draaiende as de motor in loopt. Na verloop van tijd kunnen deze onderdelen slijten, waardoor lekkage ontstaat. In veel gevallen is het nodig om de gehele pomp of een volledig revisiekit inclusief seal en as te vervangen. Soms moet de pomp worden gedemonteerd om het probleem goed te kunnen beoordelen.

    Heb je opgemerkt dat je waterpomp lekt? Dan is het tijd om dit probleem op te lossen. We hebben een aantal stappen voor je op een rij gezet en verwijzen je graag naar onze revisie kitjes deze vind je op de product pagina van elke specifieke: Volvo Penta impellerpomp of kijk naar een complete Volvo Penta-service kits voor het gehele onderhoud van de motor.

    Stap 1: Stop de motor

    Met een lekkende waterpomp wil je niet doorvaren. Zet de motor zo snel mogelijk af en laat ‘m volledig afkoelen voordat je begint met je inspectie.

    Stap 2: Check de waterpomp

    Breng in kaart waar het mis kan gaan. Kijk waar het water vandaan komt, zoek naar sporen van roest of slijtage en controleer het pomphuis, de afdichting, het afwateringsgat, de o-ring en de slangen rondom de pomp. Controleer daarnaast ook het blok op waterverlies. Vergeet ook de impeller niet.

    Stap 3: De impeller vervangen

    Ligt het aan de impeller? Dan kun je deze vervangen. Plaats een nieuwe impeller met voldoende smeermiddel en vervang ook altijd de pakking of de ring om lekkage te voorkomen. Let erop dat sommige onderdelen, zoals afdichtingen, geperst moeten worden geplaatst voor een goede werking en afdichting. Bij AB Marine Service hebben we de juiste impeller voor iedere Volvo Penta-motor.

    Stap 4: Andere onderdelen vervangen

    Ligt het niet aan de impeller of heb je nog steeds problemen na het vervangen van de impeller? Kijk dan naar andere onderdelen. Mogelijk zijn de seals of keerringen versleten. Vaak zijn deze seals en keerringen identiek in vorm en specificaties, maar worden ze omgekeerd van elkaar geplaatst. Ook deze onderdelen bestel je gemakkelijk en snel bij AB Marine Service.

    Stap 5: De waterpomp of revisiekit vervangen

    Als de as is ingesleten of het pomphuis vol zit met putten of slijtranden, is het verstandiger om te kiezen voor een nieuwe pomp of. Houd er rekening mee dat het vervangen van de waterpomp afhankelijk kan zijn van hoe de motor zit ingebouwd, wat invloed heeft op de bereikbaarheid en het demonteren van onderdelen. Let hierbij ook op het aanschaffen van de juiste aansluitingen en leidingen. Ook voor een nieuwe waterpomp of revisiekit ben je bij ons aan het juiste adres.

    Door deze stappen te volgen, kun je lekkage aan de waterpomp van je Volvo Penta-motor effectief oplossen. In het volgende deel lees je hoe je toekomstige lekkages voorkomt.

    Impellerpomp Revisieset (klein) 0005 de revisiekit voor koelwaterpompen met de volgende nummers 8V92TA/16V92TA D343 D353C D353D

    Hoe voorkom ik toekomstige lekkages?

    Goed onderhoud kan een lekkende waterpomp voorkomen. We geven je een aantal tips om je Volvo Penta-motor in goede staat te houden:

    1. Inspecteer alles regelmatig: Het is aan te raden om je motor minimaal één keer per seizoen na te lopen. Kijk bijvoorbeeld naar de waterpomp, de impeller en afdichtingen. Let op sporen van slijtage, roestvorming of kleine lekkages. Controleer ook de waterlijn, omdat deze belangrijk is voor het beoordelen van het koelsysteem en het opsporen van mogelijke waterinlaatproblemen. Dit geeft rust, zekerheid en de mogelijkheid om er vroeg bij te zijn.
    2. Vervang de impeller op tijd: We raden aan om een impeller jaarlijks of na 200 draaiuren te vervangen en het huis te controleren. Ook als de impeller er nog goed uitziet, kan het rubber zijn flexibiliteit hebben verloren. Het preventief vervangen van de impeller voorkomt veel mogelijke problemen. Mis je impellerbladen houd dan ook rekening mee dat deze het koelsysteem in zijn gegaan en waarschijnlijk nog ergens in het systeem zitten.
    3. Houd je wierfilter schoon: Een goede doorstroming is van groot belang voor iedere waterpomp. Controleer zo nu en dan of je wierfilter niet verstopt zit en controleer slangen en waterleidingen op blokkades. Dit verlengt de levensduur van alle onderdelen.

    Met deze tips houd je je koelsysteem in topconditie en verklein je de kans op lekkage. In het laatste deel lees je hoe je problemen oplost met onderdelen van A-kwaliteit.

    Los alle problemen op met onderdelen van A-kwaliteit

    Een lekkende waterpomp is geen pretje, maar met de onderdelen van AB Marine Service los je het vakkundig op. In onze webshop vind je waterpompen, impellers, seals, keerringen en meer voor diverse Volvo Penta-motoren.

    Let op: de exacte procedure voor reparatie van een waterpomp varieert afhankelijk van het motormodel. Vermeld daarom altijd het serienummer van je motor bij het zoeken naar onderdelen, zodat wij je kunnen helpen het juiste product te kiezen.

    Defecte seals kunnen water doorlaten, wat kan leiden tot water in de motorolie. Een nieuwe impeller kost relatief weinig in vergelijking met de kosten van een oververhitte motor of een beschadigde cilinderkop. Mocht je water in de olie aantreffen, dan is de waterpomp wellicht de oorzaak, maar controleer ook andere mogelijke oorzaken zoals de koppakking. Het verhaal klopt niet dat water in olie altijd door de waterpomp komt; laat je goed informeren.

    Heb je een vraag of heb je hulp nodig op de locatie waar je boot ligt, bijvoorbeeld in de haven of bij je ligplaats? Neem dan gerust contact met ons op. We helpen je graag verder om de juiste onderdelen te vinden. Zo kun je straks weer zorgeloos het water op met een betrouwbaar koelsysteem.

    Geplaatst op — Geef een reactie

    Bilgepomp aansluiten: stap-voor-stap gids voor een veilige installatie

    Bij een boot zijn er tal van manieren waarop water een weg naar binnen weet te vinden. Of het nou gaat om regenwater, buiswater, een schroefas die lekt of opspattend water tijdens het varen: er belandt vaak toch wat regenwater in de bilge.

    De bilge is het laagste deel van een schip, waar de twee kanten van een schip samenkomen om de kielbak te vormen. Hier kan zich dus water, olie, modder en andere troep verzamelen. Het liefst houd je deze ruimte schoon en droog. 

    De oplossing voor nattigheid en viezigheid in de bilge is een betrouwbare bilgepomp. Bij AB Marine Service vind je automatische bilgepompen die het werk zelf doen zodra er water in de bilge staat. Zo hoef je niet zelf in de gaten te houden of er gepompt moet worden.

    Wat een bilgepomp allemaal doet

    De bilgepomp heeft een aantal functies. Zonder bilgepomp kan je schip zwaarder worden, instabiel raken of kan er schade ontstaan. In het allerergste geval kan het zelfs je boot laten zinken. Dat willen we natuurlijk liever niet.

    Water wegpompen uit de bilge

    De voornaamste functie van de bilgepomp is het wegpompen van water dat zich op de een of andere manier in de bilge heeft verzameld. Dit kan regenwater zijn, maar ook water dat via een lek of opspattend water naar binnen is gekomen. Een bilgepomp wordt daarom altijd geplaatst op het laagste punt van de bilge, zodat het water zich daar verzamelt en efficiënt weggepompt kan worden.

    Bescherming tegen olie en rommel

    In de bilge kan naast water nog veel meer terechtkomen. Denk hierbij aan kleine restjes van olie, vuil of zelfs diesel. Een sterke pomp voorkomt dat deze troep zich kan ophopen en op deze manier uiteindelijk schade kan veroorzaken. Het is wel belangrijk om de pomp en de slangen regelmatig te controleren op verstoppingen of vuilresten.

    Hoe werkt een bilgepomp?

    Er zijn verschillende soorten bilgepompen verkrijgbaar. Het belangrijkste onderscheid is tussen een handmatige en een automatische bilgepomp.

    Handmatige bilgepomp met schakelaar

    Bij een handmatige bilgepomp zet je de pomp zelf aan en uit via een schakelaar of een schakelpaneel. Dit geeft je de controle om de pomp aan en uit te zetten op de gewenste momenten. Wel moet je zelf in de gaten houden of het nodig is om te pompen.

    Automatische bilgepomp met ingebouwde vlotter

    Bij een automatische bediening zit er een vlotterschakelaar of ingebouwde vlotter in de pomp. Als het water stijgt, gaat de vlotter mee omhoog en gaat de pomp automatisch aan. Het pompt het bilgewater dan weg tot het weer onder een bepaald niveau is gezakt.

    Wat heb je nodig om een bilgepomp aan te sluiten?

    Het aansluiten van een bilgepomp kunnen de meeste doe-het-zelvers prima uitvoeren. Het doel is een veilige en waterdichte aansluiting van de pomp, zonder kans op kortsluiting. Zorg ervoor dat je de volgende spullen bij de hand hebt:

    Bilgepomp aansluiten: stap-voor-stap uitleg

    Tijd om de bilgepomp aan te sluiten. We leggen je in vijf stappen uit hoe je te werk gaat. Mis je iets of heb je vragen? Neem dan gerust contact op met onze experts.

    Stap 1: Kies de juiste plek

    Bepaal de plek van de bilgepomp. Je hebt de pomp het liefst in het diepste deel van de romp, omdat daar al het water naartoe stroomt. Zorg dat de pomp stevig staat en goed te monteren is. Houd rekening met voldoende ruimte voor de slang en bedrading.

    Stap 2: Sluit de slang aan

    Bevestig de afvoerslang aan de pomp. Gebruik één of twee slangklemmen om een stevige en waterdichte afsluiting te maken. Leid de slang omhoog en zorg ervoor dat de uitgang altijd boven de waterlijn uitkomt. Zo voorkom je dat er via de slang weer water naar binnen loopt.

    Stap 3: Bedrading en zekering

    Sluit de pomp aan op de stroomvoorziening van de boot. Monteer altijd een aparte zekering tussen de pomp en de accu om kortsluiting of overbelasting te voorkomen. Werk de bedrading netjes weg en gebruik waterdichte verbindingen of krimpkous om corrosie tegen te gaan.

    Stap 4: Schakelaar of automatische stand

    Bepaal hoe je de pomp wilt bedienen. Bij handmatige bediening sluit je de pomp aan op een schakelaar of schakelpaneel. Kies je voor een automatische stand, dan gebruik je een vlotterschakelaar. Veel bilgepompen bieden de mogelijkheid om beide opties te combineren.

    Stap 5: Een grondige test

    Test de installatie voordat je weer gaat varen. Laat gecontroleerd water in de bilge lopen en kijk of de pomp aanslaat. Controleer of er geen lekkage is bij de aansluitingen en of de afvoer werkt zoals bedoeld. Een test voorkomt vervelende verrassingen onderweg.

    Praktische tips voor een betrouwbare bilgepomp

    Voor een betrouwbare werking van de bilgepomp hebben we nog een aantal tips. We zetten ze op een rij.

    • Overweeg de pomp in een houder te zetten of er een plankje naast te maken. Hiermee kun je voorkomen dat de pomp direct op losse rommel of in een vuile drab komt te staan.
    • Monteer de bedrading nooit zonder een zekering. Zo’n simpele zekering kan je gehele schip redden bij een kortsluiting.
    • Houd bij het kiezen van de pomp rekening met de capaciteit. Voor grotere schepen heb je mogelijk een pomp nodig met een hogere capaciteit van liters per uur.
    • Maak altijd gebruik van een terugslagklep. Hiermee voorkom je dat het weggepompte water weer terug kan lopen en je bilge weer volstroomt.

    Veelgestelde vragen over bilgepompen

    Regelmatig krijgen we dezelfde vragen over bilgepompen. Daarom geven we alvast een aantal antwoorden op zulke vragen. Staat je vraag er niet bij? Neem dan gerust contact met ons op.

    Mijn bilgepomp blijft lopen. Wat nu?

    Als je automatisch bilgepomp blijft lopen, dan blijft de vlotterschakelaar hangen. Dit kan komen door slijtage of de ophoping van vuil of olie. Als de pomp blijft lopen, maak ‘m dan schoon en controleer of dat helpt. Zo niet, dan is het waarschijnlijk tijd voor een nieuwe pomp.

    Waar moet de afvoerslang uitkomen?

    Zorg ervoor dat de afvoerslang altijd boven de waterlijn uitkomt. Zo kan het water vrij naar buiten. We raden aan om niet te veel bochten in de slang te hebben en slangklemmen te gebruiken om lekkages te voorkomen.

    Moet de pomp altijd automatisch werken?

    Nee, dat hoeft niet per se. Sommige mensen hebben liever een handmatige bediening om meer controle te houden. Over het algemeen vindt men een automatische pomp wel veiliger. Die slaat namelijk ook aan als er lekkage is en je niet aan boord bent.

    Hoe weet ik of het werkt zonder water in de bilge?

    In het ideale geval test je de bilgepomp iedere paar weken als de boot in het water ligt. Zeker als de boot langere tijd stilligt in de haven of is aangesloten op de walstroom. Een emmertje water in de bilge gooien is genoeg om te zien of de pomp nog goed werkt.

    Wat heb je nodig bij grote of kleine motorboten?

    Bij kleine motorboten heb je aan een normale bilgepomp genoeg. Bij grote boten heb je een diepere bilge en mogelijk een pomp nodig met een hogere capaciteit. In dat geval is het dus verstandig om een grotere en sterkere pomp te kiezen.

    Bilgepomp kopen en meer bij AB Marine Service

    Bij AB Marine Service hebben we alles in huis voor je boot. Bestel je automatische bilgepomp met ingebouwde sensor, inclusief alle aansluitmaterialen die je nodig hebt om veilig aan de slag te gaan aan boord. Heb je nog vragen? Laat gerust van je horen. We helpen je met plezier. 

    Geplaatst op — Geef een reactie

    Efficiënt je onderwaterschip behandelen voor optimale bescherming

    voorkant onderwaterschip schoonmaken

    Als je een boot bezit, dan weet je dat onderhoud nooit ophoudt. Een belangrijk onderdeel om hier niet bij over het hoofd te zien, is het onderwaterschip behandelen. Dit onderdeel van je boot krijgt namelijk veel te verduren.

    Het onderwaterschip staat altijd in contact met het water, of het nu gaat om zoet water of zout water. Zonder behandeling liggen problemen als osmose, roestvorming of hardnekkige aangroei van algen, mosselen en meer op de loer. We leggen je uit hoe je dat voorkomt.

    Geen boot kan zonder een deugdelijk onderwaterschip

    Het onderwaterschip is in zekere zin de basis van je boot. We hebben het hier over het deel van de romp dat onder de waterlijn ligt. Hierdoor is het gevoelig voor aantasting. Denk bijvoorbeeld aan micro-organismen die zich hechten aan de coating of corrosie als metaal blootgesteld is.

    Bij een romp van polyester kun je blaasjes en vochtinwerking in de gelcoat krijgen. Dit staat beter bekend als osmose. Bij een stalen schip zijn roestvorming en elektrolyse boosdoeners. Oplossingen zijn een degelijk verfsysteem en een goede antifouling.

    Waarom het belangrijk is om je onderwaterschip goed te behandelen

    Mocht je nog niet overtuigd zijn waarom het zo belangrijk is om je onderwaterschip in goede staat te houden, dan zetten we graag een paar redenen op een rij. Een goede behandeling verlengt de levensduur. Zonder behandeling liggen er problemen op de loer.

    Bescherming tegen aangroei

    Als je boot zich in stilstaand of langzaam stromend water begeeft, dan kun je te maken krijgen met de aangroei van mosselen, algen en andere organismen. Soms kun je er zelfs langzamer van gaan varen. Een nieuwe laag zelfslijpende antifouling kan de oplossing zijn.

    Bescherming tegen osmose en blaasjes

    Bij boten van polyester is ook osmose een mogelijk probleem. Hierbij dringt er water door de gelcoat en veroorzaakt het blaasjes die uiteindelijk de structuur van het schip kunnen aantasten. Voorkom dat osmose zich ontwikkelt door bijvoorbeeld een beschermlaag te plamuren.

    Bescherming tegen corrosie en roest

    Bij een stalen jacht of een ander schip van metaal is roest een constante bedreiging. Zonder goede behandeling gaat metaal uiteindelijk corroderen. Een nieuw verfsysteem of een laag van epoxy voorkomt roest en geeft je langer plezier van je onderwaterschip.

    Minder verbruik van brandstof

    Als je onderwaterschip spic en span is, dan betekent dit automatisch minder weerstand in het water. Hierdoor kun je hogere snelheden bereiken en verbruik je minder brandstof. Als antifouling op de juiste manier is aangebracht, scheelt dit dus ook in de portemonnee.

    Veiligheid en betrouwbaarheid

    Als je romp door osmose, corrosie of een ander probleem is verzwakt, kan dat op den duur de veiligheid in het geding brengen. Door het onderwaterschip regelmatig aandacht te geven, weet je zeker dat je met een gerust hart kan blijven varen.

    Behoud van de waarde van je boot

    Een schip waarbij het onderwaterschip niet netjes is, verliest zijn waarde. Een goed onderhouden schip zonder beschadigingen of krassen is interessanter voor potentiële kopers. Het goed onderhouden van je onderwaterschip is dus ook goed voor de waarde van je boot.

    man met hogedrukspuit om onderkant boot schoon te maken

    Stappenplan voor het behandelen van een onderwaterschip

    Als doe-het-zelver je onderwaterschip behandelen, dat klinkt misschien als een zware taak. Als je echter een handige klusser bent, dan kun je met de juiste aanpak en wat tijd een heel eind komen.

    Stap 1: De boot afspuiten en reinigen

    Haal de boot uit het water met een botenlift en spuit de romp schoon met een hogedrukspuit. Begin bij de waterlijn en werk naar beneden. Verwijder algen, mosselen en andere aangroei. Voor hardnekkig vuil kun je een reinigingsmiddel voor polyester of kunststof gebruiken.

    Stap 2: De romp inspecteren en controleren

    Bekijk de romp nauwkeurig. Let bij polyester op bultjes of blaasjes (osmose) en bij stalen rompen op roest en corrosie. Controleer ook de plekken waar de antifouling is verdwenen of niet meer goed hecht. Is de laag versleten? Gebruik dan een antifouling verwijderaar om de oude verf veilig te verwijderen.

    Stap 3: Kleine schade repareren en plamuren

    Zie je wel schade of oneffenheden, dan repareer je die eerst. Vul scheuren en gaatjes op met een epoxy plamuur die geschikt is voor boten. Laat dit goed drogen en schuur het oppervlak daarna weer glad. Zo zorg je voor een sterke basislaag.

    Stap 4: De romp ontvetten en drogen

    Ontvet de romp zorgvuldig en maak ‘m stofvrij. Dit is cruciaal voor de hechting van nieuwe lagen. Laat alles goed drogen voordat je verder gaat met primer of antifouling. Met Impressed Pro ontvettingsdoekjes weet je zeker dat de ondergrond schoon is en klaar voor een nieuwe laag.

    Stap 5: Een nieuwe laag in de juiste dikte

    Breng de nieuwe lagen verf of antifouling aan. Meestal zijn 2 lagen antifouling voldoende, maar bij intensief gebruik of zout water is een extra laag geen overbodige luxe. Houd altijd rekening met de droogtijden die de fabrikant aangeeft. Voor een extra strak resultaat kun je de romp spuiten in plaats van rollen.

    Stap 6: Je onderwaterschip regelmatig controleren

    Na de behandeling is het belangrijk om de romp regelmatig te inspecteren. Een jaarlijkse behandeling met antifouling is meestal voldoende. Controleer tussendoor visueel op scheurtjes, blaasjes of beginnende roestplekken, zodat je problemen vroeg kunt aanpakken. De rol van huiddoorvoeren bij het onderwaterschip

    Naast de romp zijn ook de huiddoorvoeren een belangrijk element van de onderkant van je boot. Dit zijn de openingen waar leidingen, afvoeren en koelsystemen doorheen lopen. Zonder juiste afdichting kan hier water bij komen en dat is niet de bedoeling.

    Voor de juiste afdichting gebruik je kit die bestand is tegen langdurig contact met zowel zoetwater als zoutwater. Bij AB Marine Service hebben we de beste ervaringen met Adheseal Marine van Innotec. 

    onderwaterschip schoonmaken

    Kies de juiste kit voor jouw boot bij AB Marine Service

    De Adheseal Marine heeft een snelle huidvorming, een snelle doordroging en veel flexibiliteit. Het bevat geen oplosmiddelen, waardoor het niet zal krimpen of scheuren. Ook is het vrij van isocyanaten. Het is verkrijgbaar in de kleuren wit, zwart en bruin.

    Adheseal Marine van Innotec is overschilderbaar met nagenoeg alle moderne verf- en laksystemen. Het heeft een sterke hechting op aluminium, staal, hout, steen, glas, beton en de meeste kunststoffen. Het is dus ook een multifunctioneel product.

    Houd je onderwaterschip voor lange tijd in topconditie

    Het onderwaterschip behandelen is misschien niet de allerleukste klus, maar het is wel belangrijk om te doen. Het houdt het fundament van je schip in goede conditie en zorgt ervoor dat je veilig en vertrouwd vele vaartochten kan maken.

    Met Adheseal Marine als kit maak je ook de huiddoorvoeren waterdicht. Heb je vragen over het behandelen van je onderwaterschip of over onze kit? Neem dan gerust contact met ons op. Onze experts helpen je graag verder.

    Geplaatst op — Geef een reactie

    Boiler boot inbouwen: zo pak je het slim aan

    AV010-602431B000003

    Voor veel mensen is een boot als een tweede huis, maar dan op het water. En net als in je huis wil je dan liever niet zonder warm water zitten. Een boiler inbouwen op je boot zorgt voor meer comfort en is in veel gevallen ook heel praktisch.

    We leggen je uit waarom een boiler op je boot onmisbaar is, hoe een boiler aan boord werkt en hoe je zo’n boiler het beste kan installeren. Ook geven we advies over het kiezen van een goede boiler voor je boot. Onze aanraders zijn Webasto-boilers.

    Waarom een boiler op je boot onmisbaar is

    De meeste boten zijn voorzien van gemakken als een navigatiesysteem, een fornuis en een keukentje. Waarom zou je dan ook niet genieten van warm water aan boord? We zetten acht voordelen van een boiler aan boord op een rij.

    Douchen met warm water

    Laten we beginnen met douchen. Na een frisse duik in de ochtend of een lange dag varen in de zon wil je je even opfrissen. Als je in een haven ligt, kun je het toiletgebouw gebruiken. Maar met een boiler en een douche aan boord, kun je overal douchen als thuis. Dat is fijner dan een koude douche.

    Afwassen met warm water

    Ook afwassen is met warm water vanuit een boiler een fluitje van een cent. Met een kleine boiler van bijvoorbeeld 15 of 20 liter heb je al voldoende capaciteit om de vaat grondig schoon te krijgen. Zo blijft alles fris, ook tijdens langere reizen.

    Handen wassen en hygiëne

    Ben je onderweg aan het vissen, aan het sleutelen of andere klusjes aan het uitvoeren? Dan wil je daarna even grondig je handen, voeten of gezicht kunnen wassen. Met warm water is dat natuurlijk een stuk aangenamer dan met koud water.

    Kleren wassen en schoonmaken

    Ga je voor langere tijd weg en wil je niet steeds van boord hoeven? Met een boiler kun je kleine wasjes draaien of je kleding met warm water uitspoelen. Ook een sopje maken is zo gepiept. Zo houd je de boot, kleding en nog veel meer lekker schoon.

    Koken een stuk makkelijker maken

    Ook koken is met warm water uit de kraan een stuk gemakkelijker. Doe bijvoorbeeld meteen warm water in de pan om je maaltje veel sneller te laten koken of om vlotter thee of koffie te zetten. Het is met boiler allemaal net zo gemakkelijk als in je eigen keuken.

    Slim gebruik van energie

    Veel maritieme boilers werken met een warmtewisselaar die gekoppeld is aan het koelsysteem van de motor. Als de motor draait, wordt het water in de boiler vanzelf verwarmd. Bij veel modellen is er daarnaast een elektrische weerstand, zodat je ook warm water hebt als je stilligt en op walstroom bent aangesloten.

    Winterklaar maken is makkelijker

    Is het seizoen klaar en maak je de boot gereed voor de winter? Ook dan is een boiler aan boord een uitkomst. Je hebt warm water bij de hand om onderdelen grondig schoon te maken of vrij te houden van vorst.

    Koud water? Verleden tijd!

    Uiteindelijk is een boiler aan boord een algehele upgrade van je comfort aan boord. Je bent van alle gemakken voorzien en kunt ook gasten zich gemakkelijker thuis laten voelen. Met een boiler aan boord ben je meer en meer een varend huis.

    dek van boot met douchekop

    Hoe werkt een boiler aan boord?

    Een boiler op een boot werkt in de basis hetzelfde als thuis: koud water gaat het vat in, wordt verwarmd en komt er warm weer uit. Toch zijn er een paar belangrijke verschillen.

    Thuis gebeurt de verwarming meestal met gas of een elektrische ketel. Aan boord gaat dat via het koelwatersysteem van de motor (warmtewisselaar) of via een elektrisch verwarmingselement. Wanneer de motor draait, warmt de warmtewisselaar automatisch het water in de boiler op. Ligt de boot in de haven, dan schakelt de boiler vaak over op elektriciteit.

    Afhankelijk van de grootte van je boot kies je voor een compacte boiler van bijvoorbeeld 15 liter of een grotere van 40 liter of meer. De boiler sluit je aan op het watersysteem van de boot, met een toevoer voor koud water en een afvoer naar de kraan of douche. Vaak is er een drukpomp of hydrofoor nodig om het water onder voldoende druk te laten stromen.

    Stappenplan: boiler inbouwen op je boot

    Een boiler inbouwen klinkt ingewikkeld, maar met de juiste voorbereiding en technisch inzicht is het prima te doen. Houd er wel rekening mee het proces per boot kan verschillen. Je hebt bijvoorbeeld te maken met de ruimte in de bakskist en de diameter van slangen.

    De benodigde materialen

    Voor de installatie van een boiler op je boot heb je een aantal zaken nodig. De volgende spullen komen van pas:

    • Een geschikte boiler
    • Slangen en klemmen
    • Gereedschap voor montage

    Stap 1: Schaf een geschikte boiler aan

    Het begint het aanschaffen van de juiste boiler. Wij raden boilers van Webasto aan. Deze boilers zijn geschikt voor gebruik aan boord en verkrijgbaar met een capaciteit van 15 liter tot wel 75 liter. 

    Houd hierbij rekening met de beschikbare ruimte en het gewicht van de boiler. Ga hierbij uit van een volledig met water gevulde boiler. Een te zware boiler kan je boot uit balans brengen.

    Stap 2: Bepaal de juiste plek

    Minimaliseer verlies van warmte door de slangen tussen motor en boiler zo kort mogelijk te houden. Voorkom bovendien dat het koelwatercircuit boven het niveau van het expansievat van het motorkoelsysteem zit.

    Is dat laatste niet mogelijk? Rust de koelwaterslangen dan uit met een ontluchtingsnippel op het hoogste punt. Monteer boilers met de aftapkraan aan de onderkant, zodat de inhoud kan worden afgetapt.

    Stap 3: Gebruik de juiste slangen

    Gebruik een koelwaterslang die bestand is tegen hoge temperaturen, hoge druk en koelvloeistof. Zet stevige en gifvrije slangen in als waterslang. Klem alle slangen met RVS-slangklemmen.

    Wanneer alles is aangesloten:

    • Vul de boiler met water.
    • Laat de pomp lopen tot er water uit alle kranen komt.
    • Ontlucht ook de warmwaterzijde om luchtbellen in het systeem te voorkomen.
    • Controleer of er warm water beschikbaar komt wanneer de motor draait of wanneer walstroom is aangesloten.
    AV010-601631QX00003

    Kies de juiste boot boiler bij AB Marine Service

    Niet iedere boiler is geschikt voor iedere boot. Daarom is het belangrijk om de juiste keuze te maken op basis van met name de beschikbare ruimte en de gebruikersbehoefte. 

    Wij raden aan om een Webasto-boiler te kiezen uit de Isotemp-serie. Deze boilers zijn speciaal ontwikkeld voor gebruik op boten, schepen en jachten. Bij AB Marine Service leveren we deze hoogwaardige boilers direct uit voorraad.

    Een duurzaam ontwerp met roestvrij staal

    De boilers van Webasto zijn gemaakt van roestvrij staal. Hierdoor zijn ze uitermate geschikt om op het water te opereren. Ze gaan jarenlang mee, zonder dat het vat poreus wordt of het gaat lekken. Daarnaast is het gemakkelijk schoon te houden.

    Compacte afmetingen van de boiler

    Webasto weet dat er aan boord vaak niet al te veel ruimte is. Daarom zijn de boilers compact. Elke centimeter telt. Een compacte boiler van Webasto kun je vaak kwijt in een bakskist of onder een bank, zonder dat je andere apparatuur hoeft te verplaatsen.

    Een krachtig verwarmingselement

    De boilers van Webasto maken slim gebruik van een zogeheten warmtewisselaar. Als de motor loopt, heb je binnen korte tijd al warm water. Ook als je aan de walstroom ligt, kan de boiler voor warm water zorgen. Zo zit je dus vrijwel nooit zonder warm water.

    Boiler aansluiten? AB Marine Service is jouw partner

    Een boiler inbouwen op een boot vereist een stukje voorbereiding en kennis. Ben je een beetje technisch? Ga dan de uitdaging aan en zorg voor meer comfort en gemak in je tweede huis op het water.

    Weet je niet zeker welke boiler het beste is in jouw situatie? Of heb je vragen over de montage? Neem dan gerust contact met ons op. We helpen je graag op weg om de juiste boiler te kiezen en geven graag tips op basis van gegevens over jouw boot.